Van onschuldig vijverplantje naar ware plaag

Dag in dag uit zijn mannen van het Groningse waterschap bezig om sloten en kanalen schoon te maken. Zijn het blikjes? Is het papier? Of plastic? Nee, het zijn invasieve waterplanten. Deze planten veroorzaken al decennialang overlast in het landschap. Waterschappen geven miljoenen uit aan de bestrijding.

Door Stef Bekhuis & Eline Kuin

Een grote groene zee van planten op kanalen en sloten, het wateroppervlak is bijna niet meer te zien. De boosdoeners: exotische waterplanten. Deze planten komen uit verre oorden naar Nederland via de bloeiende handel in vijver- en aquariumplanten. Door een gebrek aan natuurlijke vijanden kunnen zij zich ongehinderd verspreiden: ze worden invasief. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de inheemse natuur.

Hoogleraar Theo Elzenga houdt zich al jaren bezig met dit probleem. Hij legt uit dat als een sloot is dichtgegroeid, er geen zonlicht meer bij het water komt. Vervolgens kan er geen zuurstof meer worden aangemaakt en sterft het leven onder water af. Dit geldt bijvoorbeeld voor algen, slakjes en vissen. “Die fungeren als voedsel voor vogels, die dus ook niet meer kunnen eten. Zo lijdt een hele voedselketen onder de invasieve waterplant.”

De hoeveelheid invasieve waterplanten in Nederland neemt al decennia toe. Waterschappen hebben hun handen vol aan de bestrijding. “Dit jaar beginnen we al vroeg in de lente met opruimen, anders kunnen we het gewoon niet meer behappen,” zegt Harold van Oosten. Hij is samen met Edwin van der Pouw Kraan verantwoordelijk voor het bestrijden van invasieve waterplanten bij het noordelijke waterschap Noorderzijlvest.

Het grootste probleem in Groningen is de grote waternavel. Deze Noord-Amerikaanse waterplant deed zijn intrede in Nederland in 1994. Hoewel deze plant veel lijkt op een klavertje vier, brengt hij zeker geen geluk. Hij verspreidt zich sneller dan hij kan worden uitgeroeid. Het is in sommige gevallen onbegonnen werk.

 

 

Van Oosten en Van der Pouw Kraan zijn maandenlang in touw om de invasie onder controle te krijgen. Als het ene kanaal eindelijk schoon is, worden ze alweer opgetrommeld bij de volgende sloot. Er worden externe bedrijven ingeschakeld om de klus te klaren. Aan het einde van het seizoen zijn duizenden kilo’s waterplanten vernietigd. Zelfs met deze enorme inzet kan niet alles worden opgeruimd. “Kleine plukjes laten we zitten, daar komen we niet eens aan toe,” verzuchten ze beiden.

Maar hoe komen deze planten dan in de Nederlandse natuur terecht?

De verkoop van mooie exotische waterplanten is big business. Consumenten vullen hun aquaria en vijvers met plantjes uit alle windstreken. Containers vol met tropische waterplanten worden naar Europa verscheept en vinden gretig aftrek in tuincentra. Die zijn verplicht om voorlichting te geven over het gebruik, maar dat heeft niet altijd effect. Elzenga weet dat sommige consumenten te hard groeiende planten in openbaar water dumpen. In een mum van tijd kan een sloot dan dichtgroeien.

Maar zelfs als mensen zich wel aan de voorschriften houden, kan het nog misgaan. “Vogels nemen vijverplanten mee aan hun pootjes. Dan komen ze vervolgens in de sloot terecht,” legt Elzenga uit. “Dat kan vervelende gevolgen hebben omdat sommige soorten gaan woekeren. Ze worden niet opgegeten en zijn immuun voor schimmels en ziekten die hier aanwezig zijn.”

De verstikkende deken kan desastreuze gevolgen hebben voor het leven onder water. Het opruimwerk van het waterschap is dus cruciaal voor het behoud van de biodiversiteit, benadrukt Elzenga. “De biodiversiteit neemt nu toe omdat er nieuwe soorten naar Nederland komen. Maar het is wel belangrijk dat waterschappen hun werk blijven doen.”

 

 

De mens is dus verantwoordelijk voor het probleem van dichtgroeiende sloten, kanalen en grachten. Maar niet alleen het dierenrijk heeft er last van. “Bij zware regenval kunnen verstoppingen leiden tot overstromingen,” legt Van der Pouw Kraan uit. Een kerntaak van het waterschap is dan ook om het water schoon te houden en de afvoer te bevorderen.

Ook de scheepvaart, vissers, watersporters en -recreanten ervaren overlast van dichtgegroeide watergangen. Door het schoonmaakwerk van waterschappen wordt deze overlast beperkt, maar het opruimen kost veel geld. Van der Pouw Kraan vertelt dat het zijn waterschap jaarlijks ongeveer 100.000 euro kost. In totaal zijn de waterschappen in Nederland jaarlijks twee miljoen euro extra kwijt aan onderhoud.

Ook andere Europese landen kampen met oplopende kosten. Daarom is sinds augustus 2016 een Unielijst van kracht in de hele Europese Unie. Hierop staan 37 invasieve exoten, waaronder zeven waterplanten. RUG-onderzoeker Lorenzo Squintani (Europees milieurecht) legt uit dat het nu in de gehele EU verboden is om deze soorten te verhandelen of te bezitten. Eigenaren van verboden soorten mogen deze houden tot ze dood zijn, als ze zorgen dat deze soorten zich niet voortplanten. Tuincentra en kwekerijen mogen tot een jaar na intreding van de wet hun voorraden opmaken.

De lijst is volgens Squintani niet statisch. Momenteel wordt gewerkt aan een herziening. Er worden soorten aan toegevoegd en er kunnen weer soorten worden geschrapt. Door bijvoorbeeld klimaatverandering veranderen de leefomstandigheden van waterplanten. “Het is een eindeloos proces,” weet hij.

Een plant zou van de lijst kunnen verdwijnen omdat invasieve soorten eigenlijk altijd maar tijdelijk invasief zijn, vertelt Elzenga. Uiteindelijk krijgt de plant altijd wel een ziekte of een schimmel, waardoor hij uitsterft of wordt ingeperkt. “Hoe lang dat duurt weet je nooit, maar het is een kwestie van tijd. Vervolgens kan een andere waterplant weer de kop opsteken.”

 

 

Er is veel kritiek op de Unielijst. Jurist Erna Philippi-Gho heeft vooral moeite met de totstandkoming van de lijst. Zij staat verschillende commerciële partijen bij, zoals importeurs en handelaren. Volgens haar wordt in veel gevallen geen gegronde onderbouwing geleverd waarom een soort op de Unielijst is gezet. “Goed wetenschappelijk bewijs ontbreekt en de modellen voldoen niet aan de eisen die gesteld worden door de EU zelf.”

Kwekers en handelaren zijn niet per se tegen het idee van een Unielijst. Schade aan de natuur moet uiteindelijk voorkomen worden, vindt Philippi. “Als je eerlijk gaat kijken naar welke planten overlast veroorzaken kunnen ook commerciële partijen leven met zo’n lijst. Maar zo is het niet gegaan.”

Philippi-Gho beweert dat bepaalde soorten invasieve planten op de Unielijst zijn gezet, terwijl zij maar in een klein gebied schade veroorzaken. Bij de waterplanten stuit vooral het toevoegen van de waterhyacint aan de lijst op verzet. Deze plant zorgt alleen in het zuiden van Europa voor overlast, maar is nu toch in de gehele Europese Unie verboden.

En dat terwijl veel mensen volgens Philippi veel geld verdienen aan de handel in de populaire waterhyacint. “Ik ken een kweker die kortgeleden heel veel geld heeft geïnvesteerd in een kwekerij van deze plant. Zij kon absoluut niet weten dat deze soort, die er ook onterecht op staat, opgenomen zou worden.”

De meeste experts zijn het erover eens dat lang niet alle exoten schadelijk zijn. Volgens Philippi heeft de Europese Commissie niet duidelijk gedefinieerd wat wél onder schadelijk verstaan wordt. Dan kun je volgens haar ook geen eerlijke lijst opstellen en worden soorten te gemakkelijk verboden, met grote economische schade tot gevolg.

Eind 2015 stemde Nederland, in tegenstelling tot de meeste andere landen in het Europees Parlement, tegen de Unielijst. Nederland vond dat de lijst veel te gehaast was samengesteld. Er moet volgens Nederland meer aandacht geschonken worden aan commerciële belangen en het publieke debat.

Maar het kabinet twijfelde niet aan de wetenschappelijke onderbouwing van de Unielijst. Wel deelde zij de zorgen van de Nederlandse kwekers, omdat de waterhyacint ‘veel wordt gekweekt en verhandeld’. Exacte gegevens over de economische omvang hiervan zijn volgens de overheid echter niet voorhanden.

 

Interactieve kaart van de verspreiding van exotische waterplanten in Noord-Nederland (legenda links als je op het pijltje klikt)                                                                                                                             Bron: Nationale Databank voor Flora en Fauna

 

Elzenga denkt dat de Unielijst weinig effect zal hebben: “Ik ben geen fan van regels die niet te handhaven zijn. Dit is dweilen met de kraan open.” Volgens hem is er geen kennis bij de douane, dus wanneer iemand een verboden waterplant wil importeren, wordt diegene niet tegengehouden. “Je kunt ook niet werken met foto’s of iets dergelijks. Zelfs als ik dat met mijn studenten probeer, komen die terug met vijf verschillende planten.”

Willem Reinhold, voorzitter van het platform Stop Invasieve Exoten, is het hier niet mee eens. “Waar een wil is, is een weg,” zegt de natuurliefhebber. “Je kunt douaniers opleiden met een meerdaagse cursus en dan krijgen ze het vanzelf onder de knie.” Zijn platform zet zich in om de verspreiding van exotische planten en dieren tegen te gaan. Hij hoopt op uitbreiding van de lijst. “Het is bijvoorbeeld vreemd dat de watercrassula niet opgenomen is. Die scoort heel slecht in expertbeoordelingen en woekert op veel plaatsen in Nederland.” Reinhold denkt dat vooral economische belangen ervoor gezorgd hebben dat de watercrassula niet op de Unielijst staat.

Terug naar de bestrijders in het waterschap. Van Oosten vertelt dat de bestrijdingsmethoden van waterschappen nog in ontwikkeling zijn. “We hebben al van alles geprobeerd om de oprukkende waterplanten onder controle te krijgen. Van hele waterwegen compleet schoonvegen tot het laten zakken van het water in de winter, in de hoop dat de overgebleven wortels doodvriezen. Maar dat werkte allemaal niet.”

Van der Pouw Kraan vult aan dat er nog beter kan worden samengewerkt. “Kennis van waterschappen moet onderling veel meer worden uitgewisseld, zodat niet iedereen steeds opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Daar kan nog veel winst worden geboekt.”

Volgens hem weten andere natuurbeheerders als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten ook niet altijd wat van hen wordt verwacht. “Planten houden zich niet aan administratieve grenzen. Als een watergang van Staatsbosbeheer is dichtgegroeid, moeten zij hem zelf schoonmaken. Meestal doen ze dat niet, maar bellen ze ons om het te melden.” Meer samenwerking tussen de natuurorganisaties is nodig om de problemen beter op te lossen.

De mannen van het waterschap Noorderzijlvest gaan deze zomer weer volop aan het werk om uitbraken van de grote waternavel aan te pakken. Ze hopen dat de natuur een handje meehelpt deze keer. Bij een koude winter overleven minder planten. Van Oosten: “We hebben een relatief koude winter gehad dit jaar, hopelijk zorgt dat ervoor dat het komende zomer meevalt. Dat was in 2010 ook zo.”

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *