Hoe belangrijk is de geboortemaand bij vrouwenvoetbal?

Wil je profvoetballer worden maar ben je in december jarig? Dan heb je pech, want de kans dat dat gaat lukken is aanzienlijk groter wanneer je in januari geboren bent. Onderzoek van Michiel de Hoog van De Correspondent laat zien dat jongens die later geboren zijn, minder kans maken om van voetbal hun baan te maken. Maar hoe zit dat bij vrouwen?

De meeste jongens bij de profopleidingen zijn in januari geboren, de minste jongens in december. Hoe later je in het jaar bent geboren, hoe kleiner de kans op succes in het voetbal.

De Hoog keek ook naar de geboorteverschillen in de Eredivisie en de Jupiler League. Hoewel het verschil hier minder duidelijk is dan bij de opleidingen, wordt nog steeds duidelijk dat spelers die vroeg in het jaar geboren zijn, in het voordeel zijn.

Er werd echter geen aandacht besteed aan vrouwen in de Eredivisie. Ook de KNVB had geen cijfers van de geboortedata van vrouwen beschikbaar. Voor dit onderzoek zijn daarom handmatig de geboortemaanden van alle vrouwen die de afgelopen drie seizoenen in de eredivisie hebben gespeeld met elkaar vergeleken. Hieruit blijkt dat de meeste vrouwen in de eerste helft van het jaar geboren zijn. Vooral het verschil tussen de eerste vier en de laatste vier maanden van het jaar is groot.

 

 

Een mogelijke oorzaak hiervoor is het ‘geboortemaandeffect’. Teamindelingen in het jeugdvoetbal zijn gebaseerd op het geboortejaar. Iemand die in januari 2000 is geboren kan in een team komen met iemand die in december 2000 geboren is, waarbij het leeftijdsverschil elf maanden is. Op jonge leeftijd ontwikkelen spelers zich snel, waardoor de oudere kinderen vaak beter zijn. Die worden dan ingedeeld in hogere teams, krijgen professionelere trainingen en spelen met betere kinderen, waardoor hun niveau nog meer stijgt. Kinderen die elf maanden achterlopen, komen in lagere teams en worden minder uitgedaagd waardoor hun niveau minder zal stijgen.

Bij jongens is er veel onderzoek naar gedaan, bij vrouwen echter minder, waardoor niet met zekerheid gezegd kan worden dat het ‘geboortemaandeffect’ de oorzaak is. Er zijn minder meisjes en dus ook minder teams. Onderlinge verschillen bij meisjes hebben een minder groot effect omdat de verschillen tussen de teams minder groot zijn.

Ondanks dat de cijfers laten zien dat bij SC Heerenveen speelsters geboren in het tweede halfjaar in de minderheid zijn, kan het volgens Stephan Keijzer, teammanager bij de vrouwen van SC Heerenveen, niet zomaar gezegd worden dat dit aan het ‘geboortemaandeffect’ ligt.

SC Heerenveen kent namelijk maar twee vrouwenteams: de beloften onder de 16 en het eerste elftal dat uitkomt in de eredivisie. Leeftijd speelt een rol bij de overgang van beloften naar het eerste elftal. “Als je jonger bent dan 15, dan mag je niet in het eerste team. Het seizoen begint in september, dus speelsters die in die periode net vijftien zijn, die worden minder snel geselecteerd”. Echter begint SC Heerenveen bij vrouwen veel later met scouten dan bij de mannen. “Jongeren tot 12 jaar scouten wij wel, maar vanaf 14-15 komen ze vaak pas bij de beloften”. Dit zou betekenen dat de echte selectie al veel eerder gemaakt wordt, namelijk bij lokale clubs.

Marten Rottiné is voorzitter van het jeugdbestuur bij Be Quick Dokkum, de club met de meeste vrouwen in de regio. Sinds vorig jaar zijn ze bij de vrouwen actief begonnen met scouten. Daarbij wordt wel naar jaartal gekeken, omdat de meisjesteams op leeftijd ingedeeld worden. “Maar soms zetten we een meisje die naar de MO19 (Meisjes Onder 19, red.) moet nog in de MO17. Dan horen ze in een hogere categorie maar laten we ze nog een jaartje meespelen in de MO17”.

Maar het omgekeerde gebeurt ook: “Soms doen we de betere meisjes eerder omhoog. We kijken vooral naar individuele kwaliteit, en minder naar leeftijd”. Na de junioren is het tijd om de stap naar de senioren te maken, maar die komt voor veel meisjes te vroeg. “Vorig jaar gaven ze aan zo lang mogelijk in de jeugd te willen blijven”.

Ook krijgen de meisjes de keus om bij de jongens gaan spelen. Vaak zijn dat wel de meisjes die in de hoogste jongensteams kunnen meekomen. “De kwaliteit gaat achteruit als ze in een apart meisjesteam terecht komen”, aldus Rottiné.

Hoewel de resultaten bij meisjes en jongens vergelijkbaar zijn, kan niet zomaar gezegd worden dat dit aan ‘geboortemaandeffect’ ligt. Omdat er minder vrouwenteams zijn, zal de samenstelling van de teams minder effect hebben op de ontwikkeling van de speelsters.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *