Condoomgebruik onder jongeren neemt sterk af

We leven in een tijd waarin er heel openlijk over seks kan worden gepraat. Toch neemt het kennisniveau van jongeren over seks sterk af en wordt er te weinig veilig gevreeën. Dit blijkt uit het recente rapport Seksuele gezondheid in Nederland 2017 van kenniscentrum Rutgers. In de leeftijdscategorie 15 tot en met 24 jaar heeft maar liefst 43 procent van de mannen tijdens zijn laatste onenightstand onveilige seks. Bij de vrouwen was dit 52 procent. Zorgwekkend, vindt kenniscentrum Rutgers.

Fokje Fijlstra, verpleegkundige Seksuele Gezondheid bij de GGD Groningen, ziet dit in de praktijk ook veel. “Jongeren hebben natuurlijk een puberbrein en denken niet altijd na over de gevolgen van onveilige seks. Ook hebben ze veel wisselende contacten, door studies, verenigingen en vriendengroepen bijvoorbeeld. Deze leeftijdscategorie is niet voor niets onze doelgroep”, legt Fijlstra uit.

“18 procent van de meisjes onder de 25 jaar gebruikt altijd een condoom tijdens de seks, tegenover 26 procent van de jongens”

Bron: Seksuele gezondheid in Nederland 2017 van kenniscentrum Rutgers 

Jongeren hebben volgens Fijlstra heel uiteenlopende redenen om seks te hebben zonder condoom. “Jongens vinden het niet lekker voelen, ze vinden het een moodkiller, of ze denken er gewoon niet over na op het moment suprême”. Meisjes vinden het ook minder lekker om te vrijen met condoom. “Bijvoorbeeld omdat ze er een droge vagina van krijgen.”

Vrouwen gebruiken daarnaast vaak al andere anticonceptiemiddelen dan een condoom, zoals de pil. “Dan is de druk ook minder groot om nog een condoom te gebruiken, omdat ze wel beschermd zijn tegen zwangerschap”, zegt Fijlstra. Een andere veelvoorkomende reden voor onveilige seks bij meisjes is verlegenheid. Ze durven niet over een condoom te beginnen. “Hij begint er niet over, dus ik ook niet. Dat denken ze dan vaak. En als je er te vroeg over begint dan denken jongens dat je ergens op uit bent, als je te lang wacht ben je al bezig met seks hebben. Het moment bepalen is lastig, dat hoor je vaak van meisjes.”

Fijlstra vertelt dat jongeren vooral inconsequent zijn in hun condoomgebruik. “Soms hebben ze tijdens een onenightstand wel een condoom gebruikt, maar als ze en paar keer met iemand seks hebben gehad, gebruiken ze die niet meer. Met name omdat ze de ander dan vertrouwen. En dat zonder eerst te testen, waardoor het risico op een soa even groot is.”

De groep die het vaakst langskomt voor een consult over soa’s is studenten. “Die willen we natuurlijk eigenlijk liever minder zien, want ze hebben genoeg kennis om beter te kunnen weten”, vertelt Fijlstra. In onderstaand fragment vertellen Groningse jongeren over hun condoomgebruik.

De groep laagopgeleide jongeren komt daarentegen bijna niet langs. “Die groep zien wij veel te weinig, terwijl we weten dat de kennis over seks bij die groep veel minder groot is. Op de één of andere manier is de stap te groot om te komen, ze zijn minder weerbaar en minder assertief”, zegt Fijlstra.

Fijlstra denkt dat dit gebrek aan echte kennis misschien hoort bij de tijdsgeest. “Ik ging vroeger eieren zoeken in een weiland in Friesland toen ik tien was en vond toen een seksblaadje. Ik wist niet wat ik ermee moest. Tegenwoordig kunnen kinderen van 9 jaar oud al ‘kale poes’ intypen op Google en komen ze zo op een pornowebsite terecht”. Jongeren vinden zo wel veel informatie, maar Fijlstra denkt dat deze informatie misschien te vluchtig en niet reëel is. “Het is fake, seks valt bij jongens en meisjes in de praktijk vaak tegen en daardoor weten ze in het echt niet wat ze moeten doen.”

Middelbare scholen hebben een belangrijke rol in de seksuele opvoeding van jongeren. Toch zegt meer dan een kwart van de middelbare scholieren geen seksuele voorlichting te hebben gehad. “De GGD biedt voorlichtingen aan bij middelbare scholen, maar niet alles wordt door de GGD gefinancierd. Soms past zo’n voorlichting niet binnen het financiële plaatje van een school, met als resultaat een gebrekkige voorlichting.” Volgens Fijlstra is het belangrijk om tijdens voorlichtingen niet met ‘het vingertje omhoog te waarschuwen’, maar om in gesprek te gaan met de jeugd. “Je moet jongeren vragen wat hun ervaringen zijn. Daar schiet je het meeste mee op en daar leren ze ook het meeste van.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *