Nominaal studeren, bestuursjaar en bijbaantjes: “Ooit zijn mensen een keer op”

De studentenlening heeft een negatieve invloed op het welzijn van studenten. Dat bleek uit het onderzoek van onderzoeksbureau Motivaction, in opdracht van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO), dat afgelopen week verscheen. Het onderzoek toont onder andere aan dat studenten naast hun studie veel werken om hun studietijd te kunnen financieren en sociale activiteiten vermijden uit angst voor een te hoog oplopende studieschuld. Ook in Groningen, studentenstad bij uitstek, lopen een hoop HBO- en WO-studenten rond die geld lenen van ‘ome DUO’, oftewel Dienst Uitvoering Onderwijs. Hoe voelen zij zich bij de steeds maar opbouwende studieschuld?

Een op de acht Groningse studenten weet niet of wíl niet weten hoe hoog zijn of haar totale studieschuld is en iets meer dan de helft ziet er tegenop om de studieschuld te checken op de website van DUO. Bovendien levert de gedachte aan de studieschuld twee op de drie studenten regelmatig tot vaak stress op. Dit komt naar voren uit een onderzoek van de redactie onder 134 Groningse HBO-en WO-studenten (zie diagrammen).

Rick (27) heeft een studieschuld van 60.000 euro en werkt nu bij een callcenter. Deze maand belandde er een brief van DUO op de mat: volgend jaar zal worden berekend hoeveel hij per maand zal moeten terugbetalen. “Tijdens je studie weet je wel dat het opbouwt, maar je steekt je kop in het zand, het komt later wel” vertelt Rick. “Maar nu begint het wel een beetje op de deur te kloppen.”

Hoe het zo ver heeft kunnen komen voor Rick? “Ik had geen keuze, ik moest wel lenen. Mijn ouders hebben het niet zo breed dat ze konden bijspringen, dus ik moest alles zelf betalen. Ik had alle tijd nodig voor mijn studie, dus daarnaast nog werken was erg lastig.”

Luister hier hoe studenten in het Harmoniegebouw van de RUG denken over hun studieschuld:

Jolien Bruinewoud, voorzitster van de Groninger Studentenbond (GSB), maakt dagelijks studenten mee die zich, net als Rick, druk maken om hun studieschuld. Ze is dan ook niet verbaasd door de uitkomsten van het landelijke onderzoek van het ISO. In 2017 onderzocht GSB zelf hoe het zit met stress onder Groningse studenten, zonder hierbij specifiek naar de invloed van het leenstelsel te kijken. Daar kwam toen al uit dat, sinds de afschaffing van de studiefinanciering in 2015, studenten meer stress ervaren. Bruinewoud is blij dat deze invloed van de lening op het welzijn van de studenten nu eindelijk is bevestigd in het onderzoek van het ISO.

Volgens haar is de link tussen stress en de studentenlening in Groningen goed te verklaren. “Werkgevers in Groningen verwachten van studenten vaak dat ze iets naast hun studie doen, zoals een bestuursjaar of een commissie. Dat zit behoorlijk in de cultuur hier.” Volgens Bruinewoud voelen studenten hierdoor niet alleen de druk om hun studie zo snel mogelijk af te ronden en daarnaast te werken, om zo de lening zo laag mogelijk te houden, maar hebben ze ook nog het gevoel daar iets naast te moeten doen om de baankansen te vergroten. Die combinatie kan voor een hoop stress zorgen. “Op een gegeven moment zijn mensen een keer op en dat is wel erg zorgwekkend”, aldus Bruinewoud.

Als bestuurslid ziet Bruinewoud het om zich heen regelmatig gebeuren: halverwege het jaar stoppen mensen met hun bestuursfunctie, omdat ze hun studie willen blijven halen en het niet meer trekken om dit te combineren met hun bestuurstaken. Ook bij het steunpunt van GSB blijft de stress over de studentenlening niet onopgemerkt. “Steeds vaker krijgen wij van studenten zaken binnen waarin ze bezwaar maken tegen een onvoldoende voor hun tentamen of het bindend studieadvies (BSA) dat ze niet gehaald hebben.” Zo snel mogelijk je studie afronden wordt door het leenstelsel steeds belangrijker, zodat je schuld niet blijft oplopen.

In zijn zevenjarige studietijd checkte Rick een, misschien twee keer de hoogte van zijn schuld. “Het was echte ontkenning. Ik keek bewust niet, omdat ik wist dat ik zou schrikken. Ik hield mezelf voor dat ik de universiteit zou afronden en het daarmee allemaal wel goed zou komen.” Nu hij eenmaal afgestudeerd is, blijft er een enorm bedrag rondspoken in zijn achterhoofd. Met zijn vrienden sprak hij er al die tijd niet over. “Het is niet echt iets dat je onderling deelt. Jij hebt voor tienduizenden euro’s aan schulden, terwijl sommige vrienden het probleem niet eens kennen, omdat hun ouders altijd hebben kunnen bijspringen.”

Volgens Bruinewoud komen studenten er inderdaad niet graag voor uit dat ze over dit soort dingen piekeren. “Er wordt gedaan alsof het er allemaal een beetje bij hoort: tot middernacht studeren in de UB voor je tentamens en dan maar een paar dagen je avondeten overslaan, alles om die studie maar in een keer te halen. De stress die daarbij komt kijken, wordt vaak een beetje weggewuifd.” Veel studenten trekken volgens Bruinewoud niet graag aan de bel of weten niet waar ze terecht kunnen. Degenen die volgens haar wel de stap nemen om aan te kloppen bij een studentenpsycholoog, lopen tegen een lange wachttijd aan, waardoor ze vaak toch weer afhaken.

Bruinewoud hoopt dan ook dat studenten toch gewoon hulp gaan zoeken bij bijvoorbeeld een studentenpsycholoog, wanneer ze piekeren over hun studieschuld. “Laat die lange wachttijden je niet tegenhouden en wuif je gepieker niet weg met de gedachte dat het erbij hoort.”

Al kampt Rick nu met een torenhoge schuld, toch heeft hij geen spijt van de hoeveelheid geld die hij geleend heeft. “Ik heb er geen cent van overgehouden, maar heb door dat geld wel af en toe een feestje mee kunnen pakken en een biertje kunnen drinken.” Volgens hem is het belangrijk voor studenten dat ze zich niet laten afschrikken door het terugbetalen van een studieschuld. “Leen wel gewoon bij als je dat nodig hebt. Niet om alleen maar van te feesten en te zuipen, maar wel om een normaal sociaal leven te kunnen onderhouden, dan ben je ook een stuk minder vatbaar voor stress.”