Zwaardvechten is studie, conditie en techniek

Zaterdag vonden in Oegstgeest de eerste nationale kampioenschappen zwaardvechten plaats. Wat houdt deze vechtsport in en waarom is het zo in trek?

Wie denkt dat zwaardvechten hetzelfde is als larp of schermen, heeft het mis. “We proberen mensen goed in te lichten voordat ze komen. Toch kan het gebeuren dat ze totaal niet verwachten dat de sport fysiek en heel intens is. Dan zie je ze op de bank zitten na de warming-up”, vertelt Jac Bekkema (37), voorzitter van de zwaardvechtvereniging MARS in Groningen.

Beginnende zwaardvechters trainen met nylon zwaarden. Als zij verder gevorderd zijn mogen ze met echte zwaarden vechten, die hebben geen scherpe punten en randen. Maar dat betekent niet dat de vechtsport ongevaarlijk is. Bekkema: “Nylon zwaarden kunnen hard terecht komen en de echte zwaarden zijn van staal. We dragen goede beschermende kleding en die dempen veel, maar als je op een verkeerde manier geraakt wordt dan kan het misgaan. Maar ja, dat gevaar zie je ook bij andere sporten. We gaan respectvol met elkaar om, anders zou het ook echt niet kunnen.”

De technieken die bij MARS beoefent worden, zijn gebaseerd op leermeester Johannes Lichtenouer. “We hebben een historische benadering en die oefenen we uit op het niveau van sport”, legt Bekkema uit. Deze video laat zien wat hij bedoelt.

Bekkema is vanaf het begin betrokken bij MARS en heeft de vereniging sterk zien groeien. Waren er tien leden in het begin, zijn er nu ongeveer 100 tot 120. Die toename komt volgens hem door veranderingen in de tijd. “Twintig jaar geleden waren we misschien wel bij de tien man gebleven, niet wetende dat er in een sportzaaltje verderop ook mensen bezig waren.” Door internet breiden de communicatiemogelijkheden tussen verenigingen uit. Zo is er de de HEMA alliance, een online gemeenschap bestaande uit middeleeuwse vechtsportverenigingen wereldwijd. “En die gemeenschap is fors”, meent Bekkema.

Ook schrijft hij het groeiende aantal leden toe aan eigen handelen. “We zijn altijd bezig geweest met het promoten van onze vereniging. We treden naar buiten toe en hoe meer mensen er in de zalen zijn, hoe meer er over gesproken wordt. De groei is eigenlijk een logisch gevolg van wat we doen.”

Zo werd Youp van den Beld (24), lid van de vereniging. “Ik ben er mee begonnen nadat ik een poster in mijn faculteit zag hangen.Toen heb ik een groep klasgenoten opgetrommeld en zijn we naar een training toegegaan. Dat was voor de vereniging wel even schrikken, want ze bestonden toen nog maar uit twintig leden”, vertelt hij lachend. Van die groep is hij, na zes jaar, als enige blijven hangen. Van den Beld is zelfs actief betrokken bij de Technische Commissie. “Dat houdt in dat ik vrijwillig lesgeef en manuscripten interpreteer.”

Dat laatste komt heel nauw. “Je hebt manuscripten waar plaatjes in staan en je hebt geschreven teksten. Die zijn allebei interpretatiegevoelig, want het is allemaal in een soort van proza opgeschreven. Eén kleine fout kan een groot verschil maken. Als je tijdens het oefenen voelt dat het niet helemaal lekker gaat, dan weet je dat je de tekst verkeerd begrepen hebt.”

Ook Majken Roelfszema (24) sloot zich aan bij de vereniging. Dat is inmiddels vijf jaar geleden. “Ik vind het interessant dat het vroeger is opgeschreven hoe je kunt vechten en hoe je mensen daarvoor kunt trainen”, legt ze uit.

Roelfszema won zaterdag een medaille voor de derde plek, in de tweede divisie. Ze lacht: “Die kan ik vanavond bij de training laten zien. Ik ben er erg trots op”. Van den Beld, die ook meevocht tijdens de kampioenschappen, won geen medaille. “Maar, ik verloor wel van de persoon die uiteindelijk won. Dat was een eer”.

De kampioenschappen zijn volgens Bekkema een stap in de goede richting. “Het stimuleert enorm. Niet alleen voor de toernooivechters, maar ook voor de mensen die er aan twijfelen of ze wel mee willen doen. Doordat er twee divisies zijn, is er een hele lage drempel. Je hoeft niet meteen tegen de allerbeste van Nederland te vechten. Tegelijkertijd is het goed voor de professionele look van de sport. En daar ben ik ook voor. Ik wil graag dat de sport in een goed daglicht staat. Dat het überhaupt in een daglicht staat. Bovendien zijn kampioenschappen een hele leuke scene. Er komen leuke, gezellige en vriendelijke mensen, die goed met elkaar omgaan. Dat maakt de sport voor mij wel heel bijzonder. Als dat er niet was, dan was het gewoon elkaar slaan in een ring.”

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.