Veldrijden bij vrouwen in de lift

Voor echte spanning op het wereldkampioenschap veldrijden kun je dit jaar maar beter op de vrouwen afstemmen. Terwijl Mathieu van der Poel dit seizoen de zeges aaneen rijgt, zijn de veldritten bij de vrouwen des te onvoorspelbaarder. En dat komt grotendeels door een nieuwe garde Nederlandse toptalenten. Hoe valt de opmars van het Nederlandse vrouwenveldrijden te verklaren? We gingen het vragen bij twee veldritorganisatoren. 

Wie een jaartje niet naar vrouwenveldrijden gekeken heeft, weet niet wat hij ziet. Het veldrijden wordt overstelpt met nieuwe namen, en heel wat van hen komen uit Nederland. Denk maar aan Denise Betsema (25), Maud Kaptheijns (24), Ceylin del Carmen Alvarado (20), Fleur Nagengast (20) of  Annemarie Worst (22). 

“Veldrijden bij vrouwen zit echt in de lift”, vertelt Jan Prop. Als voorzitter van de organisatie van de GP Adrie van der Poel ziet hij de aandacht voor veldrijden bij vrouwen jaar na jaar stijgen. “Nu hebben we wel vier à vijf kanshebbers op het wereldkampioenschap, en dan komen er nog heel wat jongeren aan.”

Terug van weggeweest

Het is ooit anders geweest in Nederland. “Ik herinner me dat een vriend van mij aan professioneel veldrijden deed voor 400 euro per maand. Toen was er in het veldrijden hier amper iets te verdienen, en al zeker niet voor vrouwen.”

Ook Jantienus Warners, deel van de organisatie van de Superprestige in Gieten, heeft die tijd meegemaakt. “Na de gloriejaren van Groenendaal en Van der Poel volgde een lange impasse in het Nederlands veldrijden. De jongste jaren is er een heropleving met de Van der Poels, Lars van der Haar en bij de vrouwen natuurlijk Marianne Vos.”

Marianne Vos als rolmodel

“Zij is al jaren het paradepaardje van het veldrijden bij vrouwen”, vertelt Jan Prop. Vos behaalde tussen 2009 en 2014 zes wereldtitels in het veld, en combineerde dat met al even grote successen op de weg. “Door haar zijn heel wat meisjes begonnen met veldrijden.” De Nederlandse wielerbond speelde daar handig op in door veldritten te organiseren voor de vrouwelijke jeugd, soms met wel 50 deelnemers. “Daar plukken we nu de vruchten van.”

Met het succes kwam ook de commerciële interesse terug. Drie jaar geleden werden de vrouwenveldritten voor het eerst integraal uitgezonden. En in 2017 besliste de UCI om de prijzengelden voor vrouwen gelijk te stellen aan die van de mannen. “Ook vrouwen kunnen nu goed verdienen met veldrijden, soms meer dan op de weg. En je kunt natuurlijk jezelf vaker laten zien dan in zo’n groot peloton.”

Gebrek aan profploegen

Toch is er nog ruimte voor verbetering, zien organisators Warners en Prop. “Echte Nederlandse veldritteams zijn er amper. Voor hen blijft de weg belangrijker”, legt Prop uit. “Voor de jeugd wordt hier veel georganiseerd. Maar zodra je het als prof wilt maken, moet je toch naar Belgische ploegen. Die hebben beter materiaal en omkadering. Hopelijk verandert het huidig succes daar iets aan”, oordeelt Warners.

Goed scoren op het aankomend wereldkampioenschap kan een begin zijn. Wie maakt van de Nederlandse garde nu het meeste kans? Volgens Warners zal het weer een grote rol spelen. “Als het een zware loopcross wordt, dan hebben Brand en Wetsema een grote kans. Maar als het echt op techniek aankomt, dan blijft Marianne Vos favoriet. Als we de gouden medaille maar meenemen, he!”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.