Einde aan experimenten met het kleinste van het kleinste in Groningen?

De AGOR-deeltjesversneller van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) op het Zernike Complex kan atoomkernen – in normale taal: het kleinste van het kleinste – een snelheid van miljoenen kilometers per uur geven. Zo faciliteert de versneller onderzoek naar de kleinste structuren van materie. Maar, het ziet er niet goed uit voor AGOR. Zo kopte Dagblad van het Noorden (DvhN) gister ‘RUG wil af van verliesgevende deeltjesversneller’. Ruim een jaar geleden, luidde een kop in diezelfde krant nog heel anders: ‘Nog 20 jaar deeltjes versnellen’. Wat is er gebeurd? En, waarom is die deeltjesversneller zo bijzonder? 

De deeltjesversneller van de RUG is uniek: familie in Europa heeft AGOR niet, alleen in de Verenigde Staten staan twee vergelijkbare versnellers. AGOR is in beheer van het Kernfysisch Versneller Instituut (KVI), een onafhankelijke onderzoeksgroep van de RUG, en faciliteert onderzoek naar stralingshardheid. Het dagelijks leven stelt ons constant bloot aan straling: een magnetronmaaltijd, het tl-licht, de mobiele telefoon. Straling is onder normale omstandigheden niet gevaarlijk voor onze gezondheid. Een hoge- en gecontroleerde stralingshoeveelheid kan zelfs helpen bij bijvoorbeeld de bestraling van kanker. Maar van producten die straling bevatten, moet de stralingshardheid wel getest worden.

Toepassingen van het KVI en de AGOR deeltjesversneller

Nucleair onderzoek niet populair genoeg 

Maar waarom zou de RUG af willen van een versneller die zo uniek is en op verschillende manieren – uitlenen voor experimenten, unieke expertise van de medewerkers – geld in het laatje brengt? Dit lijkt bovenstaande infographic tegen te spreken.

Toch staat de versneller te vaak stil en draait het KVI al jaren verlies. De RUG hoopt dat het UMCG en de faculteit Science & Engineering de verantwoordelijkheid over de versneller over willen nemen, zo laat vicevoorzitter Jan de Jeu van het college van bestuur weten.

Nucleair onderzoek staat niet hoog op de politieke agenda en Nederland is nooit echt pro-nucleair geweest. We hebben een kernreactor en halen hier 0,3% van onze totale energieproductie uit. Zoals onderstaande grafiek laat zien is dat vergeleken met andere Europese landen heel weinig.

Een kernreactor: hij levert veel stroom, stoot geen broeikasgassen uit en kan non-stop draaien, zonder dat zon, wind en regen daar invloed op hebben. Toch horen we in Nederland alleen over kernreactoren in een negatieve context en is kernenergie in ons land geen oplossing voor het klimaatprobleem. In een rapport van het Planbureau voor Leefomgeving (PBL), dat de basis vormde voor de klimaatonderhandelingen van de regering, staat een tweede kernreactor als optie voor het behalve de klimaatdoelen van 2030. De conclusie van het PBL: een tweede kernreactor scheelt 200 miljoen euro per jaar en is goedkoper dan bijvoorbeeld verder investeren in de windparken op de Noordzee.

Natuurlijk zijn er ook veel nadelen: het bouwen van een kernreactor duurt lang – 10 tot 15 jaar – en er is in heel Europa op dit moment geen enkel onafhankelijk bedrijf dat in kernenergie investeert. Steun van de staat is dus nodig. Kernenergie komt in het politieke debat bijna tot niet ter sprake, of het moeten al partijen zijn die zich er expliciet tegen uitspreken.

Het einde van kernenergie is definitief in zicht met de sluiting van de Zeeuwse reactor Borssele die in 2033 na zestig jaar trouwe dienst sluit.

Toch komt er ook een nieuwe stem op, ze noemen zich ecomodernisten en zijn pro-nucleair. Hun aanvoerder is de Amerikaan Michael Shellenberger, hij noemt kernafval het ‘mooiste afval dat er is.’ Juist omdat het op te bergen valt, dat is bij CO2 uitstoot van gas- en kolencentrales niet zo. Kernenergie voor een duurzaam en beter milieu, voor mensen die opgegroeid zijn met het gele zonnetje ‘Kernenergie, nee bedankt?’ lijkt het een paradox. Tegenstanders wijzen naar de rampen Tsjernobyl en Fukushima en naar het kernafval dat nog duizenden jaren opgeborgen moet worden.

En nu? 

Goed, misschien moet Nederland in de toekomst wel gaan wennen aan kernenergie als oplossing voor het klimaatprobleem. In hoeverre dit geluid het politieke en publieke debat gaat penetreren is moeilijk te zeggen. En voor het KVI komt dat waarschijnlijk te laat, Nederland is nu geen kernenergieland. Twintig jaar geleden werd de versneller geïnstalleerd met een rooskleuriger verwachtingspatroon. Nu lijkt het einde van Groningen als thuis voor het kleinste van het kleinste en het snelste van het snelste aangebroken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.