Successen topsport leidt niet tot meer leden

Eremetaal topsporters doet amateurtak niet groeien

Door Eva Maring en Niek Teune

Er is nauwelijks een verband aan te tonen tussen een ledendaling of –stijging en successen van de topsporters. Dat blijkt uit onderzoek van twee journalisten van Journalistio. Successen zorgen wel voor publiciteit in de media, maar uit de cijfers kan geconcludeerd worden dat mensen zelf niet massaal gaan sporten. Sportbonden verschillen van mening over de invloed van topsportsuccessen.

Trots laat Daniek Spinder (10) een uitgeprinte foto zien. Robin van Persie en zijzelf lachen naar de camera. De overeenkomst tussen de twee is dat ze allebei voetballen: Van Persie bij Feyenoord, Daniek bij meisjeselftal MO13-2 van IJVV IJsselmuiden. ‘’Ik wil eigenlijk wel net zo goed worden als Van Persie’’, vertelt Daniek. ‘’Als hij gescoord heeft, dan gaat hij met zijn armen wijd lopen. Dat doe ik ook als ik scoor, maar dat doe ik als verdediger niet zo vaak. Ik zou liever in de spits willen spelen, net als hij.’’

Daniek is twee jaar geleden begonnen met clubvoetbal, nadat ze jarenlang op een veldje speelde. Als het kon ging ze kijken bij haar nicht, die al een tijdje langer bij IJVV speelt. ‘’Ik vond het leuk om bij haar te kijken, hoe ze scoorde en dribbelde. Soms ging ik met een vriendje, maar soms ook alleen. Het komt zeker door mijn nicht dat ik ook ben gaan voetballen bij IJVV. Dat is ook de dichtstbijzijnde club.’’  

Allemaal een Oranjeleeuwin?

Daniek is zeker niet het enige meisje dat de afgelopen jaren is gaan voetballen. Het vrouwenvoetbal in Nederland zit al jaren in de lift. Tussen 2011 en 2017 hebben bijna 30.000 meisjes/vrouwen zich ingeschreven bij de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB). Om deze meisjes en vrouwen allemaal een plek te bieden is het aantal meisjes- en damesteams van voetbalverenigingen die bij de KNVB bekend zijn met ruim 3200 teams gestegen. 

De stijging van het aantal vrouwelijke voetballers valt niet te herleiden naar de successen van de Oranjeleeuwinnen. Tussen 2011 en 2017 zijn er, op een halve finale op het EK in 2009 en de EK-winst in 2017 na, geen grote prestaties door de vrouwen op eindtoernooien neergezet. Hieruit kan opgemaakt worden dat ook als het Nederlands dameselftal niet goed presteert, het vrouwenvoetbal alsnog kan groeien. De situatie van Daniek illustreert dit. Ze is niet geïnteresseerd in topvrouwenvoetbal. ‘’Ik kijk alleen maar naar de jongens.’’

Geen Epke-effect

Ook de KNGU (Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie) kent geen Epke-effect. De bond zag in de afgelopen tien jaar het aantal gymnastiekverenigingen afnemen, mede door vergrijzing in krimpgebieden. Vooral in 2015 en 2017 nam het aantal verenigingen af met een daling van meer dan 5%. Het ledenaantal lijkt op het eerste gezicht een forse sprong te maken tussen 2014 en 2015. 

Bianca Wieman laat namens de bond weten dat deze stijging komt door de stap naar kwartaalcontributie waar voorheen een jaarcontributie van kracht was. ‘’Er is een groot verloop. Veel jonge kinderen beginnen met gym, maar gaan daarna wat anders doen. Die zijn minder dan een jaar lid van de bond.’’ Met de kwartaalfacturatie komen ook deze leden in beeld.

Op deze administratieve piek na kan geconcludeerd worden dat het ledenaantal terugloopt, terwijl het aantal behaalde medailles op grote toernooien licht is gestegen. Volgens Wieman zijn de effecten van prestaties voor de KNGU minimaal. ‘’De media gaan bij prijzen aandacht schenken aan de turnsport. Maar of het ons echt iets oplevert, nee. Extra leden zien we niet en ook geen extra sponsoren.’’

De bond probeert nieuwe leden daarom te binden met het aanbieden van een kwartaallidmaatschap. De KNGU probeert daarnaast met het ‘Nijntje Beweegdiploma’ jonge kinderen te laten ervaren hoe ‘belangrijk en leuk gym is’. ‘’Dat programma geeft kinderen in een aantal weken de basis van bewegen mee. Die programma’s werken heel goed. En we kijken hoe we het aanbod van lessen en lesgevers kunnen opfrissen, hoe dat leuk blijft voor kinderen’’, aldus Wieman.

Massaal op de fiets door Dumoulin

Waar de KNGU het ledenaantal zag afnemen, groeide het ledenbestand van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie (KNWU). De bond denkt dat dit te maken heeft met de betere prestaties op de weg. Met onder andere Tom Dumoulin is er weer een Nederlandse wielrenner die serieuze eindklasseringen weet neer te zetten, waarvan de winst in de Ronde van Italië in 2017 het hoogtepunt was tot nu toe.

‘’Wanneer er goede resultaten zijn, dan duikt de pers op’’, zegt Carlo Cesar namens de KNWU. Hij spreekt van het ontstaan van een ‘vicieuze cirkel’ bij succes. ‘’Hoe meer successen, hoe meer betrokkenheid van fans, hoe meer media-aandacht, hoe meer openlijke sponsor aandacht. Dat kan leiden tot betere prestaties en daarmee is de cirkel weer rond. Wij willen als bond die vicieuze cirkel graag stimuleren.’’

Schaatsen leren we niet meer op het slootje achter huis

Het schaatsen in Nederland is al jaren op wereldniveau. De ene na de andere medailles worden behaald op grote wedstrijden door onder andere Sven, Ireen of Sjinkie. Een groei in het aantal leden blijft wel uit. Het aantal leden van de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijders Bond (KNSB) heeft de afgelopen jaren geschommeld. In 2010 is de KNSB samengegaan met de Skatebond Nederland en heeft het een beter inzicht gerealiseerd in het aantal geregistreerde leden.

De grote stijging van de leden tussen 2010-2011 uit de cijfers van NOC*NSF niet verklaart worden. Wellicht heeft het te maken met de successen van de Nederlandse schaatsers op de Olympische Winterspelen van 2010 in Vancouver. Hier werden in totaal zes medailles behaald. Deze hypothese is niet waarschijnlijk, omdat er geen ledenstijging te zien is na de 19 medailles die gewonnen werden op de Olympische Winterspelen van 2014. Bovendien rekende de KNSB vanaf 2015 de leden van natuurijsclubs niet meer mee. Door de sterke schommelingen in het aantal leden van de KNSB door samenvoegingen van bonden en het afstaan van leden kan er geen relatie worden waargenomen tussen de successen van de Nederlandse schaatsers die de afgelopen jaren erg stabiel zijn gebleven en het aantal nieuwe leden.

Carl Mureau geeft namens de KNSB aan dat de boegbeelden zoals Sven Kramer, Ireen Wüst, Kjeld Nuis, Suzanne Schulting en Sjinkie Knegt belangrijk zijn voor het schaatsen. ‘’Zij zorgen ervoor dat het publiek nog altijd massaal naar het schaatsen kijkt.’’ Op de televisie (1,8 miljoen kijkers bij het WK allround) of live in Thialf (twee dagen WK sprint uitverkocht) is er veel aandacht voor het schaatsen. Deze grote aandacht van het publiek betekent ook dat de sport interessant is voor sponsors. ‘’Hoe meer sponsorgeld er in het schaatsen wordt gestoken, des te meer sporters fulltime met het schaatsen bezig kunnen zijn. Dat is weer goed voor de onderlinge concurrentie, waardoor we het internationaal zo goed kunnen blijven doen. Dus ja, de boegbeelden zijn voor het schaatsen heel belangrijk.’’

Hoewel uit de cijfers niet blijkt dat de successen voor topsporters positieve gevolgen hebben op de ledenaantallen geeft Mureau aan dat de KNSB elk seizoen weer de gevolgen ziet van de successen die topsporters boeken, met de Olympische successen als grootste voorbeeld. ‘’De successen van Sotsji en PyeongChang zijn vooral het gevolg van het feit dat we in Nederland zo’n 30 tot 35 topschaatsers hebben die fulltime hun sport kunnen bedrijven.’’ In Nederland zelf is de concurrentie zo groot, dat schaatsers meteen wereldtop zijn als je hier tot de besten behoort. ‘’Bijkomend effect is dat kinderen zich gaan spiegelen aan deze helden. Zij willen later ook zo goed worden als Sven, Ireen, Sjinkie of Suzanne.’’

Dat deze kinderen zich spiegelen aan hun helden betekent voor de KNSB niet dat de jeugd massaal gaat schaatsen. ‘’Je zou zeggen dat de successen aan de top moeten leiden tot extra aanwas van jeugd. Wij hebben echter de pech dat we steeds minder strenge winters kennen.’’ Vroeger leerden kinderen schaatsen op de sloot achter huis. Dat is nu niet meer vanzelfsprekend. ‘’Dat is in onze ogen de belangrijkste oorzaak voor het feit dat ons ledenaantal min of meer stabiel blijft en niet echt groeit’’, aldus Mureau.

Succes leidt niet tot groei

Sportpsycholoog Ruud den Hartigh van de Rijksuniversiteit Groningen snapt de gedachte van Mureau. ‘’Het idee dat goede prestaties van topsporters leiden tot een toename van amateursporters wordt ook wel het ‘Ard-en-Keessie-effect’ genoemd’’, zegt Den Hartigh. De aanname is dat successen van het schaatsduo Ard Schenk en Kees Verkerk rond 1970 leidden tot veel nieuwe schaatsers. Het ledenaantal van de KNSB nam in de jaren ‘70 echter af. ‘’Intuïtief is de aanname heel logisch, maar je ziet het niet terugvertaald in het aantal kinderen dat een bepaalde sport gaat doen.’’

Het klopt ook dat vooral kinderen een held nodig hebben waar ze van kunnen leren. Psycholoog Edwin Oden deed onderzoek naar deze heldenverering. In gesprek met RTL Nieuws gaf Oden aan dat topsporters kunnen wat kinderen niet kunnen, of zijn wie de kinderen niet kunnen zijn. Hierdoor trekken de kinderen zich op aan een inspirerende sporter. Den Hartigh bevestigt dit: ‘’Daarom worden ze gebruikt in de media, omdat topsporters mensen een bepaalde richting op kunnen duwen. Boegbeelden kunnen vooral goed zijn voor de bekendheid en imago van de sport.’’

Volgens Den Hartigh valt het te verklaren waarom goede prestaties van topsporters niet leiden tot meer amateursporters. ‘’De keuze voor een sport is een samenspel tussen allerlei factoren. Het gaat daarbij vooral om invloeden die in de nabije omgeving van een kind een rol spelen: Wat vind je zelf leuk? Wat vinden je ouders leuk? Wat doet je broertje? Wat doen je vriendjes? Ook spelen factoren die iets verder van het kind af staan een rol, zoals bijvoorbeeld de cultuur van een land.’’ Den Hartigh refereert aan het Olympisch goud van Nicolien Sauerbreij op de Parallelreuzenslalom in Vancouver in 2010. ‘’Zij had succes, maar in Nederland hebben wij nu eenmaal geen snowboardcultuur. Als in Nederland de sport niet gefaciliteerd kan worden, dan zal dat niet tot een toename van snowboarders leiden.’’

Het is voor Den Hartigh lastig om aan te geven waar sportbonden op in zouden moeten zetten om meer leden aan zich te binden. ‘’Het onderliggende mechanisme bij ontwikkeling van ledental is vaak een vrij complex samenspel tussen verschillende variabelen. Of je door een enkele factor te beïnvloeden het hele mechanisme verandert, weet ik niet.’’ Toch is hij over een variabele stellig: ‘’Belangrijk is in ieder geval de beschikbaarheid, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid. Wil je een sport promoten, dan moet het toegankelijk zijn in de omgeving van amateursporters en niet te duur zijn. Als dan in de omgeving van een kind ook vrienden de sport in kwestie beoefenen, werkt dat zeker mee.’’

De voetballende Daniek is nog lang niet van plan om IJVV te verlaten. Ze heeft al nagedacht over een verjaardagscadeau. ‘’Voor het geld haal ik een nieuw tenue; ik wil graag een shirt van Feyenoord met ‘Daniek’ op de achterkant. En met nummer 3, dat is mijn geluksgetal.’’ Zou de voetbalvereniging ooit wel stoppen met damesvoetbal, dan gaat ze een paar kilometer verderop naar een van de voetbalclubs van Kampen. Daniek mag dan de enige van het gezin zijn die voetbalt, ze laat zich niet zomaar uit het veld slaan. Je bent niet zomaar net zo goed als Robin van Persie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.