Lang ben je, dun kun je worden

Slider

Fotocredits: Yannick Schurwanz

Short story

“Het is nu drie jaar na het lichte roeien, maar ik voel me nog steeds smerig als ik minder dan zes keer per week sport en niet dagelijks mijn porties groente en fruit eet.”
Short story
“Ik had de hele dag honger en was een uur per dag bezig met het uitrekenen van calorieën en het afwegen en voorbereiden van mijn voedsel.”
Short story
“Op het eind werd het een obsessie. Ik at soms de hele dag niets meer en moest zelfs overgeven van de stress.”
“Ik had de hele dag honger en was een uur per dag bezig met het uitrekenen van calorieën en het afwegen en voorbereiden van mijn voedsel.”
Short story
"Ik had veel stress, want ik deed alles om af te vallen maar niks werkte. "Uiteindelijk ben ik met een burnout en een eetprobleem gediagnosticeerd."
Short story
"Mijn studieresultaten gingen naar beneden, ik werd vaker ziek en ik was slechter gestemd door het jaar heen. "
Short story

“Achteraf zag ik pas in hoe slecht ik me toen voelde. Die signalen negeer je op dat moment.”
Short story

“Ik was zo dun, ik hoefde me een jaar lang niet te scheren”
Short story

“Ik heb het lichte pikken syndroom, waarbij iedereen die niet maximaal schraal is, dik lijkt. Inclusief ikzelf.”
Short story
Ik had elke dag honger, maar wilde mijn ploeg niet in de steek laten en kon dus vaak niet eten."
previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
PlayPause
Slider

Door: Meri Cools en Karlijn Saris

Rammelend van de honger stapt Jesse de Groot (20) op de weegschaal. Vandaag en gister heeft hij bijna niets gegeten. Alles om vandaag het juiste gewicht te hebben om de wedstrijd te mogen roeien in de lichte gewichtsklasse. Nog een half uur voordat hij en zijn ploeg aan de start moeten verschijnen. Razendsnel proppen ze een stuk of acht pannenkoeken met spek, stroop en basterdsuiker naar binnen, zodat ze de zware race vol kunnen houden. Kotsmisselijk stappen ze de boot in.

Na een zware twee kilometer finisht de ploeg uitgeput, maar voldaan: ze hebben gewonnen. Jesse beloont zichzelf met nog eens zestien pannenkoeken, een uitgebreid McDonalds menu en een volle kilopot pindakaas. De dagen erna voelt hij zich schuldig en vies.

Roeien is een echte studentensport. Naast de gewone competitie, waarin feesten en bier drinken soms zelfs belangrijker zijn dan als eerste over de finish komen, bestaat er ook het ‘wedstrijdroeien’. Hiervoor worden onervaren roeiers in een paar maanden tijd klaargestoomd om als topsporter te roeien op het hoogst haalbare nationale niveau. Dat betekent een jaar lang zes tot tien keer per week trainen, gezond eten en geen alcohol drinken. Zelfs zonder sportief verleden maak je met de juiste aanleg en een flinke portie motivatie kans op een plek in de wedstrijdboot.

Een jaar om nooit te vergeten
Op de studentenroeiverenigingen wordt wedstrijdroeien aangeprezen als een onvergetelijk jaar. Je maakt vrienden voor het leven, ontwikkelt een ijzeren discipline en wordt ongelooflijk fit. ‘’Ik zou het zo weer overdoen”, vertelt Jesse dan ook vol overtuiging. “Maar ik raad het iedereen af’. 

Jesse is een ‘lichte pik’. Dat slaat op de gewichtsklassen die in de roeisport  bestaan op wedstrijdniveau: zwaar en licht. Zware roeiers zijn niet gebonden aan een maximum gewicht, de roeiers in de lichte klasse wel. De meeste studenten moeten daarvoor eerst afvallen. Voor Jesse, die voordat hij begon met roeien al erg slank was, gaat dit gewichtsverlies niet alleen ten koste van zijn fysieke gezondheid. Na het roeiseizoen houdt hij er ook een obsessieve relatie met eten en zijn gewicht aan over. Hij blijkt lang niet de enige. Dat komt naar voren uit ons onderzoek onder 100 huidige en ex-lichte roeiers, waarvan 41 vrouwen en 59 mannen. Lees hieronder de belangrijkste resultaten.

Short story

70% van de mannen en vrouwen moet afvallen
om mee te kunnen doen in de lichte ploeg
Short story
Een op de drie roeiers ervaart
stress rondom voeding en gewicht
tijdens het roeiseizoen,
waarvan de helft erg vaak.
Short story
Twee op de drie roei(st)ers
denkt meerdere keren per dag
of zelfs de hele dag door
aan zijn of haar gewicht.

Slechts 4% houdt zich er
bijna nooit mee bezig.
“Ik had de hele dag honger en was een uur per dag bezig met het uitrekenen van calorieën en het afwegen en voorbereiden van mijn voedsel.”
Short story
Meer dan een op de drie roei(st)ers
heeft door de dag heen
minder energie dan
voordat ze begonnen met
wedstrijdroeien.
Short story
Een derde krijgt
professionele begeleiding
op het gebied van
voeding en diëtetiek.
Short story
Een derde krijgt wel de optie
om dit te doen,
maar maakt hiervan
geen gebruik.
Aan 35% van de roeiers
wordt deze optie
überhaupt niet aangeboden.
Short story
previous arrowprevious arrow
next arrownext arrow
Slider

“Je moet proberen het randje op te zoeken”
Het lichte wedstrijdroeien is in het leven geroepen om ook kleine roeiers een kans te geven om op het hoogste niveau mee te roeien. In de praktijk pakt de selectie anders uit dan waarvoor het bedoeld is. Cees van Vledder (21) en Marijke van Wijk (24) zien van dichtbij welke problemen dat met zich meebrengt. Zij zijn coaches van lichte wedstrijdploegen op studentenverenigingen Proteus in Delft en Argo in Wageningen.

Cees legt uit dat voor de lichte mannenploegen vaak geen kleine, maar juist lange jongens geselecteerd worden. Zij maken langere halen en roeien daardoor harder, maar zijn eigenlijk net te zwaar om zonder fratsen in de lichte gewichtsklasse mee te doen. “Voor de lichte roeiers is het dus vrij normaal om in de paar dagen voor de wedstrijd een crash-dieet te volgen”, vertelt Cees.

Bij de dames geldt een vergelijkbaar verhaal. Om te kunnen deelnemen aan een wedstrijd mogen zij maximaal 59 kilo wegen. Driekwart van de ondervraagde vrouwen moet afvallen om dit te bereiken. “Je moet proberen het randje op te zoeken, want kleine meiden roeien meestal gewoon niet hard genoeg’’, vertelt Marijke. ‘’Eigenlijk is het heel raar. De geselecteerde dames zijn vaak al heel fit, en toch moeten ze afvallen. Soms is het kantje boord, dan gaan we als coaches het gesprek met ze aan. We vertellen wat ze te wachten staat en dat ze er goed bij stil moeten staan of ze dat er voor over hebben. Vaak willen ze het wel.’’  

“Het hoort er nou eenmaal bij”
Marijke vertelt dat ze altijd een oogje in het zeil houdt bij haar roeisters, door ze bijvoorbeeld dagelijks een eetdagboek en hun gewicht bij te laten houden. Ondanks die oplettendheid zien zowel Marijke als Cees dat hun roeiers lijden onder het gewichtsverlies. “Het grootste probleem is om op de goede manier af te vallen,” vertelt Cees. “Roeiers eten te weinig om ook nog een zwaar trainingsschema te volgen.  Daar zit het gevaar.” “Ja, het hoort er gewoon een beetje bij”, verzucht Marijke. “Dat is de nare waarheid.”

Jesse moet acht kilo afvallen om mee te kunnen doen in de lichte ploeg. ‘’Ik wist dat het pittig zou worden, maar ik dacht: het lukt me wel.” In de eerste maanden valt Jesse op een gecontroleerde manier af, tot de wedstrijden beginnen. Dan hongert de hele ploeg zich eerst een paar dagen uit, om zich vervolgens met zijn allen vol te stouwen na de wedstrijd. Jesse kan dat als geen ander. ‘’Ik heb wel eens een kilo chocoladepepernoten in een half uurtje weggewerkt.  Of twee pizza’s, vier chocoladerepen, dertig hotwings en een heel brood, allemaal op één dag.’’

Doorgaans eet Jesse juist erg weinig, uit angst om dik te worden. Uiteindelijk slaat hij door en valt hij veel meer af dan nodig is. ‘’Op een gegeven moment kon ik niet meer meedoen met de trainingen. Ik had er gewoon geen energie meer voor. Dat was het punt waarop ik me realiseerde dat ik echt een probleem had.’’

Noodzakelijk kwaad
Snel en gemakkelijk verliest Simone Harmsen (26) van roeivereniging Aegir zeven kilo om mee te roeien in de lichte damesklasse. Maar in haar tweede wedstrijdjaar trekt ze het niet meer. ‘’Ik was moe, mijn lichaam kon het niet meer aan. Ik raakte veel kracht kwijt.’’ Op een obsessieve manier gaat Simone met haar dieet om. “Als ik wakker werd, bedacht ik tot in de puntjes wat ik die dag zou eten. Ik woog zelfs de boter op mijn brood af. Zoveel met je eten bezig zijn is eigenlijk noodzakelijk kwaad, het hoort bij het lichte roeien.” Als Simone stopt met wedstrijdroeien, duurt het een jaar voordat ze weer op een normale manier met eten kan omgaan.

Later wordt ze zelf coach. Ze probeert haar meiden te behoeden voor de problemen waar zij zelf tegenaan liep. “Ik voelde me toch verantwoordelijk voor hun gezondheid. Ze moesten van mij verplicht aan het begin van het seizoen naar een diëtist. Net als Simone zijn de meeste coaches van de wedstrijdploegen geen professionals, maar studenten die in het verleden zelf fanatiek hebben geroeid.

“Je gaat er toch maar in mee”
“De professionele begeleiding voor deze kwetsbare groep is inderdaad niet wat het zou moeten zijn”, constateert sportarts Bram Bessem. “Hun trainingsregime is niet abnormaal voor topsporters, maar de omstandigheden wel”, legt hij uit. “Het zijn vaak jonge studenten die net beginnen met studeren en soms zelfs niet eens een sportief verleden hebben. En de begeleiding komt voornamelijk vanuit een studentenvereniging, waarvan de bestuursleden zelf nog studeren en bovendien ieder jaar wisselen.”

Diëtiste Carin Pool ziet veel roeiers van Gyas die willen afvallen om licht te kunnen roeien. Zij ziet de strijd die de sporters doormaken om op hun streefgewicht te komen. “Meestal is het afvallen verantwoord, maar soms denk ik: jeetje, dit is helemaal niet haalbaar. Het is moeilijk voor ons om daar wat van te zeggen. Ze zijn zo gedreven om hun doel na te streven, dan ga je er vaak toch maar eventjes in mee.” Het liefst zou Pool samen met een arts en een psycholoog de sporters regelmatig checken, maar in de praktijk gebeurt dat niet.

Logisch, vindt Bessem. “Die zorg gaat van je eigen risico af en en voor studenten is dat een hoop geld. De diëtist en de psycholoog gaan het ook niet gratis doen”. Volgens hem is de ideale professionele begeleiding voor deze jonge sporters niet realistisch, maar valt er een hoop winst te boeken als de verenigingen hun beleid zouden veranderen. “De studentencultuur die er al jaren heerst, zou anders moeten.”

“Het hoeft niet zo te zijn”
Inmiddels dringt dat op een aantal roeiverenigingen door. Het bestuur van Skøll in Amsterdam maakt daarom nu samen met een aantal deskundigen een beleid voor het lichte roeien. De ‘lichte dames’ volgen hier tegenwoordig een speciale cursus, ontwikkeld door sportpsychologe Susie Cats. Zij combineerde hiervoor de ervaring die ze als wedstrijdroeister opdeed met de kennis vanuit haar studie. “Ik weet als geen ander hoe het eraan toe gaat in deze wereld, maar ik weet ook dat het anders moet.”

Cats doel? De roeisters in de toekomst zo gezond en sterk mogelijk aan de start laten verschijnen, zowel lichamelijk als mentaal. Want dat gaat volgens haar nog veel te vaak mis. “Al die gekke crashdiëten, het zweten, het zoutloos gaan. Dat is zo normaal geworden in de roeiwereld.”

Volgens Cats is het lichte roeien vaak een strijd tussen ploeggenoten, om wie het meest kapot kan gaan. “Maar het is helemaal niet cool om drie kilo in een week te zweten. Je traint je te pletter om als een natte krant in de boot te zitten. Ik wil ze leren dat dat niet zo hoeft te zijn. Maar om het beste uit jezelf te halen, moet je tegen de cultuur in gaan.”

Cats verzorgt de cursus momenteel op drie roeiverenigingen en het is geen overbodige luxe, blijkt uit de reacties die ze van de meiden krijgt. “Het brengt veel emoties teweeg. Voor sommigen is het behoorlijk confronterend om zich te realiseren dat ze abnormaal gedrag vertonen.” Als het aan haar ligt geeft ze de lessen daarom straks door heel Nederland, en niet alleen aan lichte dames. Ze wil het programma geschikt maken voor alle wedstrijdroeiers, licht en zwaar.

“We wilden allemaal het meest kapot gaan”
Terecht, vinden Jesse en Simone. Obsessief gedrag rondom eten en gewicht wordt vaak met vrouwen geassocieerd. Maar beide roeiers zien dat in de roeiwereld deze worsteling minstens net zo erg is bij de mannen, al gaan ze er vaak anders mee om dan de vrouwen. ‘’Wij hadden het er gewoon niet met elkaar over”, vertelt Jesse. “Ik durfde er niets over te zeggen tegen mijn coaches, uit angst dat ik niet meer mee mocht roeien. En je wilt je ook niet laten kennen tegenover je ploeggenoten.’’

Als Simone de mannen erover hoort praten, doen ze er vaak heel stoer over. ‘’Er wordt een wedstrijdje van gemaakt: wie kan het minste eten? Zo willen ze elkaar laten zien hoe hard ze zijn.’’ Bovendien komen volgens haar eetbuien vaker voor bij de mannen. ‘’Ze stouwen zich na een wedstrijd helemaal vol, en voelen zich daar dan een week lang schuldig over. Maar wanneer iemand erover klaagt, wordt gezegd dat hij zich niet moet aanstellen.’’

Dat komt Jesse heel bekend voor. ‘’Als iemand anders twee rijstwafels at op een middag, zorgde ik ervoor dat ik er maar één at. We wilden allemaal het meest kapot gaan.’’

De Koninklijke Nederlandsche Roeibond laat weten dat het lichte roeien internationaal ter discussie staat en in de toekomst misschien helemaal afgeschaft gaat worden. Of bovenstaande verhalen bekend zijn bij de bond? “Nee, wij horen niets over individuele gevallen. De verenigingen bepalen zelf hun beleid. Wij adviseren alleen en hebben daar geen invloed op”, luidt de reactie van de KNRB.

Wel zijn sinds dit jaar enkele regels omtrent het wegen voorafgaand de wedstrijden aangepast. De roeiers hebben nu iets langer de tijd om op hun streefgewicht te komen.

Jesse leest met verbazing de binnenstromende verhalen van de roeiers in de enquête. ‘’Ik had het gevoel dat ik de enige man was die hier zo erg mee worstelt. Dit is eigenlijk wel een opluchting.’’ Jesse’s reactie verbaast Cats niet. “Wat we zien zijn de grote monden en de stoere verhalen. Maar onder het topje van de ijsberg ligt het gevecht met jezelf als je alleen bent. Daar wordt niet over gesproken. Hopelijk lukt het ons om juist dat naar boven krijgen, dan verandert eindelijk deze cultuur.”



5 thoughts on “Lang ben je, dun kun je worden”

  1. Heel boeiend artikel.
    Ook erg herkenbaar. Ik was weliswaar nooit lichte roeier, maar wel coach van lichte ploegen.,
    Overigens die foto hierboven links : was Jesse dan stuurman ??

    1. Beste Jan-Willem,
      Hoewel ik ervoor waak om op grond van deze vraag meteen een oordeel over het succes van je coachcarrière te vellen, zou het zomaar kunnen dat Jesse als slag na bijvoorbeeld de genoemde overwinning even met de stuurman van plaats heeft mogen ruilen :).

  2. Beetje tendentieus artikel. Ik heb jarenlang geroeid, licht. Het is een interessante insteek van sporten die eigenlijk meer vergt dan het roeien voor zware ballen. Want naast het perfect in conditie komen moet je uitgekiend traine én rusten. Maar het zorgt wel voor een level playing field tussen de verschillende atleten. Het afschaffen van het l;ichte roeien zal een kaalslag vormen voor de roeicultuur en het roeien als breedtesport. En gezien de obesitats-epidemie is juist licht roeien een stimulans voor de jeugd om je gewicht als maatstaf te nemen.

    Ik vind het artikel mede discutabel omdat het op grond van twee uitzonderingen (die ik overigens wel herken maar afkeur) een beeld van het lichte roeiens schets wat ik in algemene zin niet (h)erken. Er zitten bij de lichte roeiers genoeg atleten die gewoonweg geen 1.9+ m zijn en eerder richting de 1.8 zitten. Het zou niet fair zijn om die te laten roeien tegen beren van 2+. Dat wordt ook gedaan in sporten als judo en boksen. Gewichtsklassen zijn een goede manier om een ieder de mogelijkheid te geven te excelleren op eigen niveau. En dat er voordelen zijn voor lichte roeiers blijkt wel uit uitslagen waar lichte roeiers met voor hen gunstige voorwaarden sneller kunnen zijn dan de zwaren. Daarbij helpt dat juist het lichte roeien meer kijkt naar technische perfectie en bootgevoel.

    All-in-all een slecht stuk wat weinig bijdraagt aan de sport en geen zuiver beeld geeft van de prestaties die lichte roeiers neerzetten.

  3. Ik kan er niets aan doen, maar ik vind dit een slecht artikel. Jammer dat alleen de ‘probleemkinderen’ aan het woord zijn en er geen verhaal is van lichte roeiers die minder problemen ondervinden in het roeien. Krijg hierdoor toch het idee dat er bij de schrijfsters wat vooringenomenheid heerst.

    Het feit dat je een halfuur voor de start nog 8 pannenkoeken naar binnen werkt zegt al genoeg over het feit dat je niets snapt over hoe je fatsoenlijk moet eten, natuurlijk stap je dan kotsmisselijk de boot in. Dat je na een zwaar wedstrijdweekend dan naar de McDonald’s gaat bevestigt dit. Dat zo iemand eet problemen ontwikkelt lijkt me vrij logisch.

    Tot slot heb ik in meerdere lichte ploegen geroeid en van een cultuur ‘we wilden allemaal het meest kapot gaan’ heb ik nooit iets gemerkt en vind ik vrij sneu.

    ”Na het roeiseizoen houdt hij er ook een obsessieve relatie met eten en zijn gewicht aan over”. Wat is een obsessieve relatie met eten en gewicht? Als je met zulke stellingen komt is het goed dit te definieren. En hoeveel van de lichte roeiers heeft dit? Wordt niet gemeld.

    ”1/3 krijgt professionele begeleiding op gebied van diëtetiek”. Ik ben zelf ex-lichtroeier en heb hiermee te maken gekregen. Mijn ervaring is dat diëtisten vrij weinig toevoegen. Ik vind het dan ook niet gek dat roeiers hier geen gebruik van maken of het niet wordt aangeboden. Zonde van het geld.

    Dat je bezig bent met voeding als lichte roeier lijkt me niet een probleem. Sterker, misschien zouden in deze obesitas-samenleving meer mensen vaker met voeding bezig zijn. Dat dit leidt tot stress is natuurlijk wel een probleem, maar wat is ‘erg vaak’? Verder hebben ook veel zware roeiers minder energie, simpelweg vanwege zware trainingsschema’s.

    Waar ik het mee eens ben is het feit dat deze roeiers die 8 respectievelijk 7 kg moeten afvallen niet hadden moeten worden ingeselecteerd. Dit is een fout van vooral coaches, maar ook roeiers. En de grens wordt steeds verder gelegd. Als roeiers worden ingeselecteerd die max 4 kg moeten afvallen, is er niets aan de hand en worden we na een roeiseizoen niet geconfronteerd met een jankverhaal van een roeier die er achter kwam dat 8kg afvallen toch te veel was. Dat zegt niets over licht roeien, maar over zelfoverschatting en foute keuzes van coaches/fout beleid.

    Ik ben overigens wel benieuwd naar hoe Pool deze checks samen met artsen en psychologen voor zich ziet en wat hiervan de toegevoegde waarde is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.