Dutchies going abroad

Door: Eva Maring en Hadassa van de Griend

Wanneer je denkt aan studeren in het buitenland, dan denk je misschien al snel aan de internationale studenten om je heen. Klasgenoten uit Italië, Zweden of zelfs Azië. Of de studenten die deelnemen aan de internationale richting van jouw studie. Als dat zo is ben je zeker ook bekend met de problemen die internationale studenten tegenkomen. Het tekort aan huizen in Groningen is daar een voorbeeld van. Maar hoe zit het eigenlijk met de Nederlandse studenten die voor hun studie naar een buitenlandse universiteit toe gaan: waar lopen zij tegenaan?

Naar het buitenland

Per jaar gaan er ruim 2000 Groningse studenten voor minimaal 3 maanden naar het buitenland. Naast deze 2000 geregistreerde studenten zijn er volgens de Rijksuniversiteit Groningen nog rond de 625 studenten extra per jaar die naar het buitenland gaan voor studie of stage. De International Offices van de RUG en de Hanzehogeschool merken dat er in de afgelopen jaren een stijging is in het aantal studenten die een buitenlandervaring willen. De onderwijsinstellingen verwachten dat deze trend zich de komende jaren zal voortzetten.

Problemen

Studenten die naar het buitenland gaan komen thuis met een koffer vol ervaringen en persoonlijke ontwikkeling. Naast deze positieve ontwikkelingen merkt de International Service Desk van de Hanzehogeschool dat er vaak voorkomende klachten binnenkomen. Bijvoorbeeld als vakken van buitenlandse partneruniversiteiten niet overeenkomen met de wensen van de student. Daarnaast kennen ook buitenlandse steden problemen met de huisvesting van studenten. Als internationale student kost het meer moeite om een kamer te vinden. Dit is wel afhankelijk van het land of de stad waar de student gaat studeren. Vooral in het Oostenrijkse Steyr en in Londen ervaren studenten veel moeilijkheden met het vinden van huisvesting. Hierover worden de studenten van te voren al gewaarschuwd door de universiteit. Daarnaast zijn er universiteiten waar de huisvesting geregeld wordt door studenten een plekje te geven op de campus of door een slaapplek te reserveren.

Kortom, Groningse studenten ervaren problemen met de huisvesting en het onderwijssysteem van de landen waar zij studeren. Wij spraken drie studenten die in de afgelopen twee jaar studeerden in een ander land. Lees de ervaringen van Maud Alberts (24), Mahlet van Gils (23) en Mart Maring (19).

Kamernood

Alberts woont inmiddels weer in de binnenstad van Groningen, maar studeerde zo’n anderhalf jaar geleden nog in Antwerpen. Daar volgde ze de minor geschiedenis, als onderdeel van haar bachelor Internationale Betrekkingen aan de RUG. Destijds woonde ze bij haar oom en tante, wiens huis gelegen is aan de zijkant van Antwerpen. “Al met al was ik zo’n drie kwartier onderweg naar de universiteit, maar dat was niet zo erg. Ik kon gratis wonen en eten, ook was het heel gezellig. Bovendien was het beter dan de kamers die in van andere studenten heb gezien. Die waren erg klein en bevonden zich in de kleinere steegjes van de stad.” Door onderdak te vinden bij familie, wist Alberts de kamernood in Antwerpen te omzeilen: “Dat valt absoluut te vergelijken met de situatie in Groningen”, legt ze uit.

Maring studeerde in Madrid. “Die keuze was heel simpel: ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in het denken en gedrag van mensen. En ik hou van voetbal, dus ja.” Een half jaar lang volgde hij er psychologie vakken, een aanvulling op zijn studie Sportmanagement aan de Hanzehogeschool. In deze periode woonde hij in een gemeenschappelijk appartement aan de westkant van Madrid, vlakbij het centrum. Een plek waar hij vrij makkelijk terecht kwam. “Ik schreef me in voor de studie en kwam via City Life Madrid, een organisatie die studenten helpt om een kamer te vinden. Toen kwam ik bij mijn huisbaas terecht.” De woonruimte had echter één nadeel: “Ik moest een uur rijden met de bus om bij de universiteit te komen.”

Van Gils heeft in Budapest geen last van gehad met huisvesting. Zij studeerde van februari 2018 – juni 2018 aan de Eötvös Loránd University in Budapest als onderdeel van haar studie Rechten aan de RUG. ‘’In Budapest is het makkelijk om een kamer te vinden. Het is hier meer gericht op internationale studenten en het zoeken naar een kamer is ook overzichtelijk’’, legt ze uit.

Studiesysteem

Van Gils vertelt dat de vakken die zij heeft gevolgd, gerelateerd aan Europees en internationaal recht, op een hele andere manier worden gegeven dan ze gewend was. ‘’Er is veel meer interactie en de vakken waren wat kleiner. Ook werd er veel meer gediscussieerd over het recht uit je eigen land.’’ Een manier waarop de vakken in Nederland niet kunnen worden gegeven. ‘’Anders zijn we zo lang bezig dat we nooit ons diploma halen’’, grapt Mahlet. De toetsing werd ook op een andere manier afgenomen. ‘’Voor sommige vakken moest ik een essay schrijven dus dat was wel hetzelfde. Maar bij tentamens mochten wij alles gebruiken. Zelfs het internet. Daardoor werd het wel een stuk makkelijker.‘’

Als Alberts terugdenkt aan haar tijd in België, komen er in het bijzonder twee dingen in haar op. “De docenten waren heel autoritair. Ze gaven nog net geen strafwerk”, grapt ze. Maar dan volgt ze serieus: “Je moest hen echt heel formeel aanspreken en precies doen wat zij zeiden. Dat is heel anders dan in Nederland.” Daarnaast viel het Alberts op dat ze bij de tentamens minder snel wegkwam met het leggen van logische verbanden. “Studeren kwam puur neer op het stampen van de studiestof. Tijdens de tentamens kreeg je dan vragen over één of andere naam die ergens links onderin de één na laatste dia stond. Of je moest gebeurtenissen op volgorde zetten. Precies zoals op de middelbare school. Dat was ik al heel lang niet meer gewend.” Van de drie vakken die ze volgde, haalde ze er uiteindelijk twee. “Toen voelde ik me best wel bedrogen. Ik haalde verder hoge cijfers: nu werd ik gepakt op mijn leermethode.” Alberts had haar vakkenpakket zelf samengesteld. “Destijds was me dat niet verteld, maar doordat ik zelf mijn vakken had gekozen had ik uiteindelijk drie tentamens in twee dagen. Daar heb ik echt veel stress van gehad, ook omdat ik pas één a twee maanden van te voren over de tentamens hoorde.”

In Madrid kwam Maring in aanraking met een heel nieuw beoordelingssysteem waardoor hij twee vakken niet haalde. Daar waar er in Nederland op gehamerd wordt om bij twijfel zo veel mogelijk in te vullen, was dit bij Europea de Madrid wel anders. “Je moest minimaal twintig punten halen en voor ieder fout antwoord kreeg je een halve punt aftrek. Iedereen vulde dan maar twintig vragen in. Behalve ik, want ik was gewend om alle vragen te beantwoorden.Toen voelde ik me wel flink genaaid.” Bovendien vond hij de studiestof vrij lastig. “Mijn klasgenoten volgde de opleiding al twee jaar. Daardoor liep ik in het begin nog best wat achter. Ik kende veel woorden niet en moest ook aan theorie veel leren.” Toch haalde hij voor zijn opdrachten dan wél weer hoge cijfers. “Dat waren negens en tienen, cijfers die ik normaal gesproken echt niet haal. En dat wordt op den duur toch best vervelend hoor, als je steeds hoort hoe goed je het wel niet doet. Dan verlangde ik gewoon naar Nederland.” Deze hoge beoordeling kwam volgens Maring door de leerhouding die hij gewend was. “Hier leren we heel direct te zijn en te leren van onze fouten. Maar daar zijn ze dat niet gewend. Het is wel eens voorgevallen dat een leerling met tranen in zijn ogen stond omdat ze slecht gepresteerd had. De docent probeerde toen alsnog positieve feedback te geven, terwijl hij ook zag dat het eigenlijk niet zo goed gegaan was. Dat zou in Nederland toch wel benoemd zijn denk ik.”

Sociaal contact

Als je voor een langere tijd ergens woont, is het fijn om sociaal te kunnen settelen. Daar weet Alberts alles vanaf. “Ik heb me best wel eens eenzaam gevoeld, omdat ik niet goed werd opgenomen in de Vlaamse groep”. Omdat haar minorvakken onderdeel waren van de Antwerpse geschiedenis bachelor, volgde ze vakken met studenten die elkaar al drie jaar kenden. “Belgen zijn best wel introvert. Ik heb echt mijn best gedaan om gesprekken met ze aan te gaan. Dat lukte dan wel even, maar daarna was het klaar. Ze probeerden niet echt om mij erbij te betrekken, zodat ik met ze mee kon denken over de opdrachten die we kregen bijvoorbeeld.” Ook haar slaapplek had hier invloed op. “Je hebt in Antwerpen wel een European Student Network en daar deed ik wel aan mee, maar vaak moest ik alweer naar huis als iedereen samen wat ging drinken.”

Ook Maring vond het lastig om ingang te vinden bij zijn klasgenoten. “De meesten waren heel competitief en konden weinig feedback verdragen. Als buitenlandse student val je er dan een beetje buiten. Je zag ook heel duidelijk het verschil tussen sportstudenten en psychologiestudenten. Studenten die sporten waren wat socialer. De psychologie studenten sloten zich meer af.” Maring eindigt met een positieve toon: “Gelukkig was het met het groepje buitenlandse studenten dan wel weer heel gezellig.”

In Budapest heeft Mahlet dit sociale contact heel anders ervaren. ‘’Aan het begin van het semester kreeg je een Hongaarse buddy aangewezen die je direct meenam naar activiteiten waardoor je snel andere internationals leerde kennen, en ook de andere buddies. Zo leerde je gelijk een groep mensen kennen.’’ Vanuit de universiteit zelf en het Erasmusprogramma werden veel activiteiten georganiseerd die hielpen om een open cultuur te creëren voor de internationale studenten. ‘’Iedereen is zo open en nieuwsgierig. Als je in Nederland naar college gaat dan zeg je misschien hoi tegen 1 of 2 mensen maar daar stel je je direct voor.’’  

‘Problemen’ zijn er dus altijd maar dit weegt volgens Van Gils niet op tegen de ervaringen die je opdoet tijdens deze maanden. ‘’De tijd vliegt voorbij door alles wat je meemaakt. Als je met je vinger knipt is het alweer voorbij.’’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.