Laatste loodjes voor studenten schaapherdersopleiding: “Het is niet verkeerd om het professioneler te maken”

Nog een maand, dan is Nederland twaalf gediplomeerde schaapherders rijker. De derde lichting van de deeltijdopleiding Schaapherder aan het Helicon MBO in Velp is druk bezig met de laatste loodjes van de tweejarige opleiding. De school speelt daarmee in op de steeds grotere vraag naar, vooral mobiele, schaapherders. Toch heb je geen diploma nodig om schaapherder te worden: “Iedereen kan schaapherder worden, maar het is niet verkeerd om het professioneler te maken.”

Wie de twaalf studenten in de klas ziet, kan zich afvragen wat hun drijft om schaapherder te worden. Student Elsbeth Mourik (34) heeft er geen moeite mee om hier tijdens het schapen hoeden over te vertellen. Met de tsjilpende vogels op de achtergrond vertelt ze dat ze, naast haar werk in de psychiatrische zorg, twee dagen per week werkt bij een schaapskudde. Op de vraag waarom ze voor deze opleiding is gekozen, lacht ze. “Soms is dat hoe het leven loopt. Dit kwam gewoon op mijn pad.”

Letterlijk en figuurlijk: “Tijdens een wandeling met mijn hond kwam ik Reinier van Klinken en zijn kudde tegen. Ik was toen al geïnteresseerd in natuurbeheer, maar door te praten met Reinier begon ik mij te interesseren in zijn vak.” Mourik hoorde over de opleiding tot schaapherder, wat aansloot bij haar interesse voor natuurbeheer en haar affiniteit met dieren. “Werken met je hond, de schapen en de natuur. Die combinatie maakt dit heel uniek.”

De meest heterogene opleidingsgroep van Nederland

Mourik is niet de enige die interesse had in de opleiding tot schaapherder. Vier jaar geleden, toen de opleiding van start ging, schreven zeventig mensen zich in. Twintig daarvan werden toegelaten tot de opleiding. “Tussen alle inschrijvingen zaten veel mensen met een drukke negen-tot-vijf-baan die zich het leven van een schaapherder erg romantisch voorstelden”, zegt opleidingscoördinator Geert Willink. “Na gesprekken met deze ‘romantici’ bleek al snel dat ze het beroep van schaapherder toch anders hadden voorgesteld.”

Misschien behoren de klassen van de opleiding wel tot de meest heterogene opleidingsgroep van Nederland, denkt Willink. Niet alleen 15- en 16-jarige doorstromers van het vmbo, maar ook mensen vanuit allerlei beroepsgroepen schrijven zich in. “De klas van dit jaar kent een aantal van deze jonge doorstromers, maar bijvoorbeeld ook een gepromoveerde academica”, zegt Willink. Leeftijd speelt ook geen rol: “Ik heb verleden jaar nog een persoon van 63 gediplomeerd.”

“Ik heb verleden jaar nog een persoon van 63 gediplomeerd”

Ondanks dat je geen diploma nodig hebt om schaapherder te worden, hebben de studenten volgens Willink wel een voorsprong met hun diploma. “Ik merk dat opdrachtgevers steeds meer van de herders eisen, en er wordt soms een andere professionaliteit verwacht. De opleiding heeft als meerwaarde dat de studenten erg breed worden opgeleid.” De studenten werken daarbij nauw samen met schaapherders uit het werkveld. “Wat ik zelf het mooiste vind is deze werkwijze, die overeenkomt met het ouderwetse leerling-gezel-meester principe”, meent Willink. “Je leert het beroep van een echte ervaren meester.”

De ervaren meesters

Een van deze ervaren meesters is Reinier van Klinken. Naast traditioneel schaapherder bij de kudde waar ook Mourik werkt, is hij gastdocent op de opleiding: “Het is een hele enthousiaste klas.” Van Klinken ervaart ook de veelzijdigheid van de klas zoals Willink het beschrijft. “We grappen altijd dat de ene herder te dom is om iets anders te doen, en de ander heeft een reden om herder te zijn. Daarmee bedoelen we dat een gedeelte het beroep van jongs af aan al doet, en een andere groep is vanuit een ander beroep gekomen”, meent van Klinken. “Ik ken bijvoorbeeld iemand die eerst in het leger zat, moreel in de knoop zat en uiteindelijk rust heeft gevonden in het herderschap.”

In Nederland zijn ongeveer 45 plekken voor traditionele herders, “waar je dolend over de hei kan lopen”. Naast deze plekken ziet van Klinken de begrazingsbedrijven met mobiele kuddes flink groeien. De minderheid van de studenten zullen dan ook een traditionele herder worden, weet van Klinken. “Op het moment zijn er meer begrazingsbedrijven waar ook veel herders voor nodig zijn, dan de traditionele kuddes. Maar ik vind het belangrijk dat de leerlingen ook leren over het traditionele herderschap. Die verhalen moeten ze horen, en die breng ik.”

Het is ook deze tweedeling in het werkveld waardoor er voorzichtige tegengeluiden klinken. “Op zichzelf is de opleiding hartstikke leuk, maar misschien is het ook wel te leuk”, meent Ko Maring, een traditionele schaapherder uit Bakkeveen. Hij maakt zich zorgen om de toenemende concurrentie onder schaapherders. “De afgelopen tien tot vijftien jaar is er best wel een concurrentiestrijd geweest bij de schaapherders, mede door opkomst van de mobiele schaapskuddes. Ik heb wel een paar traditionele herders gekend die zijn weggeconcurreerd omdat een van de jongens met een mobiele kudde een heel lage prijs kon vragen.”

“Het is geen makkelijk beroep, je moet er op een bepaalde manier in groeien, maar je moet het ook in je hebben”

Volgens Maring is er steeds meer vraag naar deze mobiele kuddes. “Het traditionele herderen bestaat tegenwoordig nog maar uit twintig tot dertig kuddes. De rest zijn allemaal mobiel.” Hij is niet negatief over de opleiding, maar maakt zich wel zorgen om het veranderende werkveld, waar de opleiding op inspeelt. “Je maakt veel mensen enthousiast om herder te worden. Maar het is ook geen makkelijk beroep, je moet er op een bepaalde manier in groeien, maar je moet het ook in je hebben.”

De opleiding als rijbewijs

Van Klinken snapt de kritieken op de opleiding, maar vindt het aan de andere kant belangrijk dat er een diplomering aan het beroep vast komt te zitten. “Iedereen kan schaapherder worden. Het is niet verkeerd om het professioneler te maken. Ik heb het zelf ook geleerd via een herder, en ik zeg je eerlijk, alles wat een student van mij in twee jaar heeft opgepikt, heb ik zelf niet in zo’n korte tijd geleerd. Dan zie je toch het voordeel van een gestructureerde opleiding.”

Zijn student Mourik deelt deze mening “Ik denk dat het goed is dat je wat meer gedegen kennis opdoet vanuit de theorie, en de combinatie van theorie en praktijk die ze bieden op de opleiding is fijn.”  Tijdens de opleiding leerde ze over natuurbeheer, de verzorging van schapen, gezondheid, maar ook hoe de herder de kudde moet presenteren en welke communicatieve vaardigheden de herders nodig hebben. “In twee jaar tijd heb ik van alles wat te maken heeft met schaapherder zijn kunnen proeven.”

Over een maand ontvangt Mourik samen met haar elf studiegenoten het diploma van de Vakopleiding schaapherder. Toch zijn de kersverse schaapherders er na het ontvangen van het papiertje nog niet, meent opleidingscoördinator Geert Willink: “De opleiding is als een rijbewijs. Als het diploma er is, moet je het echte rijden nog leren, en dat kan alleen door kilometers te maken”. Veel studenten kunnen gelijk na hun opleiding beginnen met het maken van deze kilometers omdat ze een baan hebben weten te vinden. Zo ook Elsbeth, die twee dagen per week bij de kudde van Van Klinken blijft werken. “Ik blijf deze combinatie van werken in de zorg en met schapen voorlopig houden. Ik vind het een prachtige combinatie.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.