Zombies en aardbevingen


“Een oeroude bacterie vindt via een gaswinningspunt haar weg naar de oppervlakte. In luttele dagen zwermen de halfdode, besmette slachtoffers wezenloos uit over Noord-Nederland. Bang voor verdere verspreiding besluit de overheid de provincies af te sluiten.”

De achterflap van Quarantaine van Erik Betten windt er geen doekjes om: dit is een politieke roman. Met zombies. Het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de gaswinning in het boek heet zelfs de NEEM.

Het is inmiddels zeven jaar geleden sinds de aardbeving in Huizinge landelijk nieuws wordt. Sindsdien zijn de Groningse aardbevingen niet meer uit de actualiteit verdwenen. Zeven jaar is lang. Lang genoeg voor de meeste schrijvers om de pen op te pakken en een boek te schrijven.

En dat gebeurde dan ook. Een opvallend grote en diverse groep schrijvers heeft de afgelopen jaren boeken gepubliceerd waar de Groningse aardbevingen op een of andere manier in voorkomen.

Volgens Fons Meijer, promovendus aan de Erasmusuniversiteit, is het niet vreemd dat de aardbevingen zo’n literaire golf teweeg hebben gebracht. “Eigenlijk is dit een reactie die je al heel lang ziet.” Meijer doet onderzoek naar hoe bijvoorbeeld schilderijen en literatuur gebruikt worden om rampen vast te leggen en te verwerken. Dat gebeurt al sinds de late middeleeuwen.

In de negentiende eeuw waren romans en andere boeken een manier om rampen vast te leggen: wat is er gebeurd? Hoeveel slachtoffers heeft de ramp geëist? En er werd een beroep gedaan op de lezer om geld te schenken.

Verder werden de boeken gebruikt om de ramp te verwerken. Bijvoorbeeld door de ramp te zien als een test van God en een kans voor mensen om samen te komen. Af en toe waren de teksten activistischer. Zoals Maria Aletta Hulshof, die koning Lodewijk Napoleon beschuldigde omdat hij slecht had opgetreden tijdens een grote watersnoodramp.

Tegenwoordig zijn het journalisten die de taak op zich hebben genomen om rampen als de Groningse aardbevingen vast te leggen. Behalve een paar non-fictieboeken, zijn de meeste boeken waar de aardbevingen in voorkomen, fictie. “De ramp speelt tot de verbeelding”, zegt Maarten Praamstra, medewerker van NoordWoord.

Opvallend is de verscheidendheid waarin de aardbevingen voorkomen in de boeken. In plaats van puur activisme of geschiedschrijving, trekken de schrijvers de thematiek breder dan de aardbevingen alleen. Bij Nungh Dam staan en Jan Mulder spelen ook de relatie tussen Groningers en nieuwkomers een grote rol en bij Fieke Gosselaar zijn de aardbevingen meer een gegeven op de achtergrond.

Wat boeken uit alle tijden gemeen hebben is dat ze de rampen zichtbaarder en invoelbaarder maken. Meijer: “Cultuur is altijd al een manier geweest om politiek en activisme te bedrijven. Je bent vrijer als romancier en je kan meer verbeelden. Het is een goede vorm om leed zichtbaar te maken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.