Leefstijlfactoren en zorgtekorten verklaren relatief hoge babysterfte Nederland

Maandelijks bezoekt Kevin van Beuningen (53) de begraafplaats in Houten. Dan neemt hij steevast twee boeketten mee. Sinds drie jaar ligt zijn moeder hier ook, naast zijn broertje Jan Willem. “Hij is dood geboren, maar zou dit jaar vijftig zijn geworden.”

Het aantal babysterftes rond de bevalling is in Nederland de laatste decennia flink gedaald, maar sinds 2016 stagneert die daling, waardoor we in de middenmoot van Europa staan. Vaak wordt het hoge aantal thuisbevallingen genoemd als oorzaak voor de relatief hoge sterfte, maar dit blijkt onjuist. Oorzaken liggen volgens experts op het gebied van de leefstijl van zwangere vrouwen en het geldtekort in de zorg. Ook vroeggeboortes spelen een rol, maar over de aanpak daarvan zijn de meningen verdeeld.

In 2015 stierven in Nederland iets meer dan zevenhonderd baby’s tijdens de zwangerschap of rond de bevalling. Daarmee ligt het percentage rond de 0.4%. Dat blijkt uit onderzoek van Euro Peristat (2018) naar babysterfte in Europa in 2015. De meeste Scandinavische landen scoren beter, terwijl ons zorgsysteem vergelijkbaar is. Ook landen als Slovenië en Tsjechië staan hoger op de lijst. 

“Oplossingen liggen niet voor de hand,” zegt Pien Offerhaus, senior onderzoeker bij de Academie Verloskunde Maastricht. “We moeten ook niet meteen kijken naar de oplossingen, maar eerst naar de oorzaken. Waar komen de cijfers vandaan en is het echt wel zo slecht? Als je landen goed wil vergelijken, moet je alle factoren meenemen.”

In onderstaande grafiek zijn de Europese cijfers van het percentage babysterftes en thuisbevallingen te zien. Hierin wordt duidelijk dat Nederland het hoogste percentage thuisbevallingen heeft. Toch is er geen direct verband met het aantal babysterftes. Gebruik de slider om beide factoren te vergelijken. Beweeg over een land of stip om specifieke informatie over het land te zien.

Euro Peristat maakt onderscheid in sterfte tijdens de zwangerschap en sterfte na de bevalling. Als wordt gekeken naar het aantal sterftegevallen tijdens de zwangerschap, scoort Nederland met 0,22% sterftegevallen juist erg goed. We staan dan in de Europese top vijf. Op het gebied van sterfte na de bevalling komen we op de vijftiende plek. De kwaliteit van de registratie verschilt per land, waardoor niet alle cijfers honderd procent betrouwbaar zijn.


Volgens Jan Jaap Erwich, hoogleraar verloskunde aan het UMCG, is de leefstijl van moeders een factor waar we de grootste slag in kunnen maken. “Aanstaande moeders moeten stoppen met roken, daar moeten we vol op inzetten.” 

Van Beuningen heeft de gevolgen van roken tijdens de zwangerschap zelf ondervonden. “Ik was pas eind twintig toen ik hoorde dat mijn moeder stevig rookte toen ze zwanger was van mij.” Er was toen al een antisociale gedragsstoornis bij Van Beuningen vastgesteld. “Het feit dat ik slecht om kan gaan met emotionele situaties, is een direct gevolg van het roken van mijn moeder. De kans is groot dat ik mede door haar rookgedrag mijn broertje ben verloren.”

Om de leefstijl aan te pakken moet de gezondheidszorg volgens Erwich nauw samenwerken met onder andere de psychologie en de politiek. “Ongezond leven heeft te maken met gewoontes en het milieu waarin mensen opgroeien. Er gaan vaak generaties voorbij voordat je mensen hun gedrag effectief kunt veranderen.” Ook is het belangrijk dat we al op vroege leeftijd maatregelen treffen. “Initiatieven op basisscholen, zoals De gezonde kantine zijn een stap in de goede richting, maar zolang een appel duurder is dan een McChicken wordt gezond gedrag onvoldoende gestimuleerd.”

Volgens Anna Seijmonsbergen, promovenda bij de Department of Midwifery science in Amsterdam, zeggen cijfers niet alles over de positie van Nederland ten opzichte van andere Europese landen. Zo is de registratie in Nederland ontzettend goed, terwijl dat volgens haar niet in alle landen het geval is. Daarnaast spelen er ook ethische kwesties mee. “Soms heeft een vroeggeboren kindje zo’n zestig tot tachtig procent kans op een zware handicap. Andere landen zetten dan alles op alles om zo’n kindje in leven te houden, terwijl we hier meer terughoudend zijn.”

We kunnen het volgens Seijmonsbergen beter doen op het gebied van vroeggeboortes, een belangrijke oorzaak van babysterfte. Het lastige is dat ook bij vroeggeboortes veel factoren meespelen. Seijmonsbergen wijst naar het gebrek aan continuïteit in de zorg als een factor waarop we vooruitgang kunnen boeken. “Vaste gezichten en begeleiding van het begin tot het eind van een zwangerschap zorgt voor meer wederzijds vertrouwen, waardoor er beter wordt geluisterd naar adviezen en er eerder complicaties worden gezien.” Dat zou volgens haar kunnen leiden tot vermindering van het aantal sterfgevallen.

Aukje van der Wal heeft drie thuisbevallingen meegemaakt met dezelfde huisarts. “De begeleiding van iemand die mijn medische dossier en mij als mens zo goed kent, heb ik als zeer prettig ervaren.” Helaas traden er bij de derde bevalling complicaties op, waardoor het kindje niet levend werd geboren. De dokter deelde ook in het verlies. “Hij zocht me op in het ziekenhuis en we spraken er nog vaak over. Dat bood naderhand verlichting. Als ik zou kunnen kiezen, zou ik diezelfde bevalling opnieuw thuis doen.”

De continuïteit is weliswaar belangrijk, maar tegenwoordig niet altijd haalbaar in de zorg, dat zegt Jan Nijhuis, emeritus hoogleraar verloskunde.“Willen we vroeggeboorte tegengaan, dan zullen we meer onderzoek moeten doen, bijvoorbeeld naar de baarmoedermond.” Daarnaast schiet de kwaliteit van de zorg volgens hem vaak tekort bij babysterfte na de geboorte. Hij doelt dan vooral op de zorg voor baby’s na een zwangerschap tussen 34 en 37 weken worden geboren. Waar vroeggeboren baby’s tot 34 weken nog bij specialisten terecht kunnen in 10 ziekenhuizen, kunnen ze vanaf 34 weken terecht in alle 83 ziekenhuizen. “Vanaf dat moment stijgt het aantal sterfgevallen. Willen we de situatie verbeteren, dan moet er dag en nacht specialistische zorg beschikbaar zijn.” 

Ziekenhuizen willen volgens Erwich graag meer specialisten aannemen, maar daar is geen geld voor. Bovendien vindt hij dat er verkeerde financiële keuzes worden gemaakt. “Tachtig procent van het zorgbudget gaat naar de laatste levensjaren. Het zou beter zijn als we meer geld in de hulp bij de geboorte kunnen steken.”

Erwich uit ook zijn zorg over de medische begeleiding voor lagere sociale klassen. Zo hebben mensen met een laag inkomen of migratieachtergrond doorgaans meer baat bij goede hulpverlening tijdens de zwangerschap. “Maar juist voor die mensen verhogen we de drempel.” 

Zo betaalt iedere moeder die in het ziekenhuis wil bevallen een eigen bijdrage van tweehonderdvijftig euro. “Je kunt op de achterkant van een sigarendoosje al uitrekenen dat het niet uit kan om voor dat bedrag in het ziekenhuis te bevallen, dus waarom schaffen we dat überhaupt niet af?” In dat geval kunnen mensen met minder geld wel in het ziekenhuis bevallen, waardoor goede zorg vaker voor handen is. 

Bovendien was het voorheen gratis voor vluchtelingen om gebruik te maken van een tolk tijdens de bevalling. Hiervoor moet tegenwoordig worden betaald, waardoor niet iedereen zich een tolk kan permitteren. “Als gevolg hiervan kan er miscommunicatie ontstaan tussen de moeder en medisch personeel tijdens de bevalling.”

We hebben volgens Erwich de afgelopen jaren al veel gedaan om de babysterfte in Nederland terug te dringen. “In de komende jaren zullen we aan deze verschillende factoren moeten werken om de laatste procenten van onze babysterfte aan te pakken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.