Bijen in Beijum: urban beekeeping ook in Groningen een succes

Het gaat wereldwijd slecht met de insectenpopulatie. Ook bijen hebben het erg moeilijk. Imkers proberen van alles uit om de bijensterfte terug te dringen. Mede daardoor zijn er in veel grote wereldsteden al jaren projecten bezig die het houden van bijen in de stad stimuleren. Het zogenaamde urban beekeeping is ook in Nederland aan een opmars bezig. In Groningen is de cursus van stadsimker Bart van Egteren razend populair. Maar kun je wel zomaar bijen houden in de stad?

Op het terrein van Stadsboerderij De Wiershoeck in Beijum is stadsimker Bart van Egteren net klaar met een les over bijen. “We geven deze maand zo’n zeventig lessen aan basisschoolleerlingen, dus het is behoorlijk druk.” Kinderen kunnen volgens Bart niet vroeg genoeg leren hoe belangrijk bijen zijn voor al het leven op aarde. En ze zijn eigenlijk helemaal niet gevaarlijk, zolang je maar geen gekke dingen doet.

Stadsimker Bart van Egteren laat een honingraat zien

Terwijl de kinderen al weer druk bezig zijn de rest van de leertuin te ontdekken, vertelt Bart dat hij al vanaf zijn tiende met bijen bezig is. Na een tijdje gestopt te zijn, is hij zo’n twaalf jaar geleden weer begonnen, midden in de stad. “Op dit moment heb ik zo’n zestig volken op veertien locaties helemaal rondom de ring, maar bijvoorbeeld ook in het Stadspark en bij de Noorderhaven. De hobby is een beetje groot geworden,” grinnikt hij.

In tegenstelling tot de bijenvolken in de dunbevolkte gebieden in de provincie gaat het met de bijen van Bart uitstekend. Al zijn volken hebben de winter overleefd. En dat is tegenwoordig best bijzonder. Wereldwijd komen er verontrustende signalen binnen over de bijenstand. Zowel wilde bijen als de door de mens gehouden honingbij kan steeds moeilijker voedsel vinden. De grootschalige landbouw en de daarmee gepaard gaande achteruitgang van het aantal wilde planten en bloemen in het landschap is daar de grootste oorzaak van.

Mede door de problemen met de bijenstand is het imkeren weer populairder aan het worden, vooral onder de verstedelijkte mens. In wereldsteden als New York, Parijs en Hong Kong staan inmiddels op vele wolkenkrabbers en kantoorgebouwen bijenkasten. In Groningen geeft Bart sinds een jaar of zeven ook cursussen in urban beekeeping. “Het is een beginnerscursus met een tikkeltje ‘in de stad’ erbij. Elke keer geven zich toch zo’n dertig mensen op. Daardoor zijn er veel meer jonge imkers bij gekomen. Ook dames.”

Marieke Laauwen volgde de cursus en helpt Bart nu met zijn vrijwilligerswerk en educatieprojecten. Zelf heeft ze met een vriendin een paar kasten in het Stadspark: “Mijn kasten worden af en toe omgegooid! Hoe urban wil je het hebben?”

Ze legt uit dat één van haar kasten bij het Stadspark tijdens Bevrijdingsdag is vernield door vandalen. “Ja, dat is dus ook urban beekeeping. Maar meestal is het gewoon leuk hoor! Toen ik de cursus ging doen dacht mijn man dat ik tussen de oude kereltjes zou belanden. Dat is zeker niet het geval, want het is best hip.”

“Mijn kasten worden af en toe omgegooid! Hoe urban wil je het hebben?”

De belangstelling in urban beekeeping ontstaat vaak uit liefde voor de natuur, maar ook door interesse in de wetenschap eromheen en nieuwe snufjes, legt Marieke uit. “Een van mijn medecursisten is nu heel hi-tech bezig, met infra-roodapparatuur in zijn kast. En er zijn mensen aan het experimenteren met flow hives. Dat zijn kasten met speciale ramen waar je de honing kan aftappen, zonder de kast te hoeven openen. In onze groep zitten gewoon veel jonge mensen die met gadgets bezig zijn en het leuk vinden om met nieuwe dingen te experimenteren.”

Ook anders dan bijen houden op het platteland is de omgang met de alomtegenwoordige mens in de stad. Marieke merkt dat ze ontzettend veel moet netwerken. “Dat vind ik best lastig. Er komen ook altijd mensen omheen staan als ik bezig ben. En ik doe het nog maar een jaar, dus dan hoop je dat je alles goed doet. Iedereen heeft mijn nummer ook, zodat ze kunnen bellen als er iets aan de hand is.” Imkers die de cursus volgen en weten waar ze mee bezig zijn, kunnen uiteindelijk prima bijen houden in de stad. Er gebeuren eigenlijk nooit ongelukken. Veel mensen merken het niet eens dat er een kast bij hen in de buurt staat.

De bijenschuur bij Stadsboerderij De Wiershoeck

En weten ze het wel, dan vinden stadsbewoners het vaak grappig dat bijen het hier veel beter doen, merkt Marieke. “Dat komt trouwens vooral omdat we in de stad nog wel het hele jaar bloeiende bloemen in de tuin hebben. Je gaat niet een tuin aanleggen waarin zeven weken niks bloeit. Als boer heb je natuurlijk periodes van maanden waarin niks bloeit. Wij zijn in de stad niet betere mensen ofzo, maar we tuinieren met een ander doel.”

Maar simpelweg veel meer ruimte bieden voor wilde bloemen en planten in landbouwgebieden zal niet voldoende zijn om de bijenstand weer op te krikken. Pesticiden vormen ook nog altijd een gevaar. En voor honingbijen en hun imkers is de hardnekkige varroamijt al jaren een probleem. Deze mijt brengt allerlei ziektes en virussen over en zorgt soms voor de ondergang van hele bijenvolken. Ook in stedelijke gebieden.

“Ik heb een vriend in Zuidlaren, die is alles kwijtgeraakt. En dat is toch ook een groot dorp. Kijk, als je het nou echt over het boerenland hebt, daar worden veel pesticiden gebruikt, daar groeien weinig bloemen, dan kun je je er iets bij voorstellen. Maar ook in de grote dorpen gaat het soms helemaal mis.”

Imker Bart denkt dat de omgeving een grote rol speelt, maar dat ook de werkwijze van de imker de overlevingskansen van een bijenvolk beïnvloedt. Er zijn allerlei behandelmethoden, met oxaal- en mierenzuur, tegen de varroamijt bijvoorbeeld. “Maar je kunt ook weer overbehandelen. Misschien zijn sommigen wel té hygiënisch bezig. Je weet het niet. Sterfte is niet altijd te verklaren.”

Bart van Egteren laat zien waar de bijen de kast uit vliegen

Bart prijst zich gelukkig dat zijn bijen het zoveel beter doen dan de volken in omringende gebieden. Want bijen zijn belangrijk voor de biodiversiteit. “Daar zijn verschillende theorieën over, maar ik denk dat alles elkaar versterkt. Er zijn ook ecologen of mensen van Staatsbosbeheer die vinden dat de honingbijen concurreren met de wilde bijtjes. Ik vind dat dat niet zo is. Alles versterkt elkaar. Honingbijen zijn er altijd al geweest, vroeger waren er zelfs nog veel meer.”

Als er in Groningen geen enkele bijenkast meer zou staan, zou het er hoogstwaarschijnlijk heel anders uitzien, denkt Bart. “Maar dat weet niemand zeker. Er zijn natuurlijk ook veel wilde bijen en andere insecten die de bloemen en fruitbomen kunnen bestuiven. Maar in de Nederlandse zaad- en fruitteelt bijvoorbeeld worden duizenden bijenvolken gebruikt. De vraag is of dat zonder honingbijen zou kunnen, ik denk het eigenlijk niet.”

De gemeente Groningen is soepel met de regels omtrent het houden van bijen. Maar de beleidsbepalers moeten oppassen dat de aandacht voor de bij niet weer wegebt, vinden Bart en Marieke. Vooral het maaien vormt een probleem. “Als je door Stad rijdt in deze tijd van het jaar is het heel vaak een groene woestijn voor de bijen. Alles wordt kortgemaaid. Er is heel veel gras. En ook berenklauw wordt overal direct weggehaald, terwijl de bijen er veel profijt van hebben. Als ze even wachten tot het is uitgebloeid, na twee weekjes, hebben alle bijen er heel veel aan. Maar daar zijn ze helemaal niet mee bezig.”

De twee zien het niet zitten om hier steeds mee bij de gemeente aan te kloppen. Marieke legt uit dat de visies ook uiteenlopen, bijvoorbeeld over de berenklauw. “Iedereen heeft het er ongetwijfeld het beste mee voor. Maar als mensen het niet eens zijn, zitten ze eindeloos te vergaderen en gebeurt er niks.”

Bart knikt instemmend. “Je zou dan veel moeten lobbyen en er veel tijd in steken.” Marieke schiet in de lach: “In die tijd kun je net zo goed voor je bijen gaan zorgen.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *