Hoe de toekomst wordt tegengewerkt door het verleden

Toegankelijkheid van monumentale panden: het zorgenkindje van de RUG

Door Hadassa van de Griend, Sanne Heitkamp en Niek Teune

Nu de Rijksuniversiteit 405 jaar bestaat wil ze meer aandacht schenken aan haar inclusiviteit. ‘All inclusive’ was het thema van het 81e lustrum. Het doel voor de aankomende jaren: een open academische gemeenschap zijn. Maar hoe open is de universiteit voor studenten die aan een rolstoel gebonden zijn?

De universiteit in Groningen richtte zich van 5 tot 15 juni op het heden en verleden, maar ook op de toekomst van haar bestaan: ze wil diversiteit zoveel mogelijk omarmen. Dan kun je denken aan genderdiversiteit, etniciteit en seksuele oriëntatie van studenten, docenten en medewerkers, maar ook aan mensen die een psychische of lichamelijke functiebeperking hebben. In dit artikel bespreken we het laatste. Welke uitdagingen liggen er nog te wachten om de RUG toegankelijk te maken voor studenten die in een rolstoel zitten?

Beleid

In 2018 publiceerde de universiteit het beleidsplan ‘Studeren met een Functiebeperking’. Hierin staan toevoegingen op het daarvóór laatst gedateerde beleid, dat in 2004 werd opgesteld. In de voorgaande jaren zijn studenten minder tevreden geworden over het beleid, ook is hun studieomgeving sterk veranderd, zo blijkt uit het plan.

De weg die studenten met een functiebeperking afleggen moet letterlijk en figuurlijk onderhouden worden, beoogd de RUG in het beleidsplan van 2018. “Door de invoering van het leenstelsel en het Bindend Studie Advies (BSA) is deze weg nauwer geworden en is de verantwoordelijkheid voor extra reistijd meer bij de student komen te liggen. De weg is ook drukker geworden met meer studenten. Maatschappelijke ontwikkelingen hebben geleid tot een andere context waarin bijvoorbeeld internationale studenten en ontwikkelingen in de medische diagnostiek om meer aandacht vragen.” Oftewel, de groep studenten met een functiebeperking is door de jaren heen in medisch, sociaal en financieel opzicht veranderd.

Wat de toegankelijkheid van de universiteitsgebouwen betreft, wordt er in het beleidsplan gesproken over “hinder door externe factoren”. De RUG probeert haar gebouwen zo toegankelijk mogelijk te maken, ware het niet dat ze beperkt wordt door een soms ontbrekende beslissingsbevoegdheid. Dat is bijvoorbeeld het geval bij monumentale gebouwen. De universiteit kan daar geen aanpassingen in aanbrengen, omdat de gebouwen onder monumentenzorg vallen.

“Bij de nieuwbouw op Zernike wordt altijd rekening gehouden met de eisen die de Nederlandse overheid stelt met betrekking tot de toegankelijkheid van de gebouwen”, legt Jasper van de Kamp uit. Hij is beleidsmedewerker aan de RUG en in het bijzonder verantwoordelijk voor het welzijn van studenten. “Als oudere gebouwen onder monumentenzorg vallen, dan mag je die niet zomaar aanpassen. En dat kan problematisch zijn.” Zo noemt hij het bestuursgebouw aan de Oude Boteringestraat, dat gebouwd werd in 1791.

Om zicht te krijgen op het aantal gebouwen dat aangepast moet worden om de toegankelijkheid voor mensen met een functiebeperking te waarborgen, werd in 2017 de werkgroep Toegankelijkheid opgericht. Maar, de werkgroep staat op dit moment ‘on hold’. De groep zal in september 2019 een doorstart maken. Welke RUG-gebouwen er op dit moment wel en niet toegankelijk zijn, weten we dus niet.

Rolstoelafhankelijk

Ook de hoeveelheid rolstoelafhankelijke studenten is lastig te bepalen. “Dat komt omdat dit aantal niet wordt bijgehouden. We registreren wel hoeveel studenten er gebruik maken van een speciale regeling, de Functiebeperkte Student heet dat. Maar dit wil niet zeggen dat deze studenten rolstoelafhankelijk zijn. Als je binnen deze regeling valt, dan mag je bijvoorbeeld tentamens op een andere manier maken of er langer over doen”, meent de woordvoerder van de universiteit.

Fysieke toegankelijkheid

Toch bestaat de groep wel degelijk. Uit de Nationale Studenten Enquête blijkt dat 64% van deze RUG-studenten tevreden is over de toegang van de gebouwen.

De 30-jarige Jasper Oenema kan deze tevredenheid beamen. Hij studeert dan wel Rechten aan de Hanzehogeschool, toch is hij regelmatig de gebouwen van de Rijksuniversiteit binnengereden. “Vooral in gebouwen op het Zernike, maar ook in het Harmoniegebouw en de UB ben ik wel geweest.”

“Als je naar een gebouw gaat, dan bedenk je van tevoren altijd: kan ik hier in?”. Vanwege zijn hart- en zenuwziekte kan Oenema zijn benen nauwelijks bewegen, waardoor hij gebonden aan een rolstoel is.

Onderwijsgebouwen zijn over het algemeen goed te bereiken volgens Oenema. Het Harmoniegebouw bijvoorbeeld. “Daar heb ik een cursus Spaans gevolgd en dat was prima geregeld. Ook hielpen de leraren mij heel graag. Ik werd van tevoren geïnformeerd over de toegankelijkheid van het lokaal. Ook werd me uitgelegd waar ik heen moest gaan.” En dat is wel anders in het geval van cafés en uitgaansgelegenheden in de stad. “Ik kan zo geen studentencafe noemen dat rolstoeltoegankelijk is. Daar kun je niet naar de wc’s. Studenten in een rolstoel gaan daarom gewoon niet uit en hebben daardoor ook niet echt een studentenleven.”

Wat dat betreft heeft de RUG het relatief goed voor elkaar. Oenema besluit: “Het voordeel van onderwijsgebouwen is gewoon dat je zeker weet dat er rekening met je gehouden wordt.”

Harmoniegebouw

Om te ervaren hoe het is om als rolstoelgebonden student in het Harmoniegebouw te zijn, reed verslaggever Niek zelf zijn dagelijkse route door het universiteitsgebouw.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.