Studenten: de weldoeners in de coronacrisis

Amber Nagelhout (24), studente econometrie aan de UvA, weet nog precies hoe het begon. Het was de avond van donderdag 12 maart toen ze te horen kreeg dat de tentamens niet doorgingen. Afgelast. “Dat kregen we echt vlak voor de tentamenweek te horen, dus opeens zat ik in een gat. Wat moest ik nu met mijn tijd?” Die avond kreeg ze een enquête onder ogen van studievriend Naut van Teeseling. Een Google Form, met eenvoudige vragen als ‘wat zijn je contactgegevens?’, ‘wat studeer je?’ en ‘zou je op een basisschool of op een middelbare school les willen geven?’. Naut had exact hetzelfde gehad als Amber, legt zij uit. “Hij was die enquête begonnen met de gedachte: oké, de universiteiten gaan nu wel dicht maar wat als dat ook gebeurt met de openbare scholen? En hoe moet het met alle ouders die niet thuis kunnen blijven omdat ze ons land draaiende moeten houden?” Toevallig was Amber op dat moment op de universiteit. Ze liep de bestuursruimte van haar studievereniging tegen, ging bij Naut zitten, keek hem aan en zei: “Naut, dit gaan we gewoon fiksen.”

Bij het CBS en ook bij het SCP zijn nog geen concrete cijfers bekend over het exacte aantal personen dat zich landelijk heeft aangemeld bij weldoenersinitiatieven. Niet zo gek natuurlijk, aangezien het vaak op zichzelf staande initiatieven zijn die bovendien nog maar bestaan sinds het spontaan aanbreken van de coronacrisis. Maar naar schatting zijn er op dit moment al tienduizenden Nederlanders die zich hebben aangemeld bij een initiatief om iets voor een landgenoot te kunnen doen tijdens de coronacrisis. En het zijn veelal studenten. Zij grijpen deze coronacrisis juist aan om anderen te helpen, mensen die zichzelf niet meer zo gemakkelijk redden nu ze verplicht thuis moeten zitten. Waarom staan deze jonge weldoeners juist nu tijdens de coronatijd op?

Gewoon mensen

Waar het eerst alleen ging om een Google Form, stuurde Amber al gauw e-mailtjes en telefoontjes naar alle basisscholen en middelbare scholen in de omgeving van Amsterdam. Samen met twee anderen begonnen Amber en Naut vervolgens een website. Een belangrijke vraag was natuurlijk: hoe ging de website heten? Verschillende namen passeerden de revue. Plotseling had iemand een ingeving. Uiteindelijk willen de vier natuurlijk gewoon mensen helpen. Stel je voor dat ze ooit op de radio zouden zijn en ze kregen de vraag: Maar wie zijn jullie dan? Dan konden ze antwoorden met: Wij zijn gewoon mensen die mensen willen helpen. “Toen zijn we onszelf gewoon zo gaan noemen”, vertelt Amber vrolijk.

Het resulteerde in een explosief succesverhaal. Een website met slechts twee knoppen, eentje voor de hulpbehoevende en eentje voor de helper. Misschien juist wel dankzij het eenvoudige concept waren er in de eerste drie dagen maar liefst 30.000 aanmeldingen. Inmiddels staat de teller op 45.000. Daarvan zijn er bovendien liefst 35.000 zelf ook student. Het overgrote merendeel dus.

De besmettelijkheid van empathie

Bernard Maarsingh, als psycholoog werkzaam in Leeuwarden, snapt die ontwikkeling wel. Volgens hem zijn positieve emoties besmettelijk. Een soort virus dus, maar dan een hele plezierige. “Een van de virale effecten van emoties gebeurt als wij lijden zien bij anderen. Dat gebeurt al bij baby’s, die reageren empathisch op het huilen van andere baby’s. Dat doen ze niet als ze het geluid van hun eigen gehuil horen”, zegt Maarsingh. “Ze zijn dus niet empathisch met zichzelf.”

Mensen hebben dus een hele diepe aangeboren neiging om in actie te komen als ze lijden zien bij een ander binnen hun kring. Empathie heeft daarbij wel degelijk ook een functie voor jezelf. Het is een soort beschermingshormoon en geeft je het gevoel: ik hoor erbij. “Maar tegen mensen buiten je eigen stam ben je juist sneller geneigd agressief te zijn, ook als bescherming. Het is dus niet alleen een knuffelhormoon, zoals ze het wel eens noemen, maar ook een agressiehormoon”, legt Maarsingh uit. “Ook dat verschil, die partijdigheid, zien we al bij baby’s vanaf de geboorte.”

“Een van de eisen van deze tijd lijkt te zijn dat we die empathie weten groter te maken. En ons niet alleen om ons eigen kleine gemeenschapje richten maar een soort wereldwijde empathie ontwikkelen”, vertelt Maarsingh. “In coronatijd zie je die virale eigenschappen heel sterk.
Dankzij een gemeenschappelijke vijand zijn we met z’n allen even een. We steken elkaar aan met positiviteit en goede en betekenisvolle dingen doen.”

Amber kan zich daarin vinden als ze naar zichzelf kijkt. Juist nu tijdens de coronacrisis wilde zij namelijk iets gaan doen. “Je hebt opeens de tijd. Ik doe econometrie, een studie waar ik normaal heel hard voor moet werken. Naast mijn studiebezigheden sport ik ook nog eens drie keer in de week én werk ik een dag”, legt ze uit. Gewoon geen tijd om echt te kijken naar de wereld, dus. “En dan staat de hele wereld ineens stil. Maar dat betekende niet dat ik ook stil ging zitten”, zegt Amber vol overtuiging.

Waar mensen haar nodig hadden, die kant ging ze op. Zo simpel was het, vertelt ze nuchter. “Je hebt even tijd om te kijken en dan zie je heel snel dat je gewoon nodig bent. Dan heb je de keuze: ga ik nu met mijn huisgenootjes een Lord of the Rings-marathon houden, of ga ik mezelf nuttig maken en mensen helpen. En ik merkte om me heen dat dat nodig was.”

Amber denkt niet dat de crisis haar persoonlijk heeft veranderd. Ze was alltijd al wel iemand die boodschappen deed voor de buurvrouw of die wilde oppassen. “Maar we hebben als gewoonmensen.nl wel echt als doel om dit ook aan de rest mee te geven. Een soort visitekaartje, zodat mensen zien dat het heel normaal is om elkaar te helpen in plaats van alleen aan jezelf te denken. En zo de wereld een stukje beter te maken.” Ze heeft daar wel vertrouwen in. “Ik merkte dat de aanmeldingen steeds meer terugliepen. Maar toen ik me afvroeg hoe het kwam dat het minder werd, hoorde ik dat mensen hun draai gevonden hebben. De meeste mensen die toen die ene keer boodschappen hebben gedaan voor die mevrouw, doen het nu wekelijks.”

Student voor Stad

Amber is niet de enige student die een nieuw initiatief begon vanwege de coronacrisis. Tjitske Schokker, studentambassadeur van de RuG, was verantwoordelijk voor de oprichting van het platform Student voor Student. “Ik had zoiets van: er is een crisis gaande om me heen, je kan niet meer naar je werk of naar je colleges. Ik wil nu ook iets doen.” Je voelt je toch een beetje nutteloos als je thuis achter je computertje zit en alle verhalen van keihard werkende zorgmedewerkers in het ziekenhuis hoort. Tjitske kreeg het gevoel: ik moet hier ook wat mee. “Ik had een soort idee van een platform of iets waar mensen aan elkaar gelinkt zouden kunnen worden, maar ik heb daar verder zelf ook de ballen verstand van. Als studentambassadeur heb ik nu gelukkig een netwerk, dus ik dacht: dat kan ik dan misschien ook wel gebruiken om er iets goeds mee te doen.” Op 17 maart begon zij een WhatsAppgroep met studenten van allerlei verschillende organisaties in Groningen “Ik zei: jongens, ik heb een idee, hebben jullie zin te helpen om het verder uit te denken? En daar is uiteindelijk Student voor Stad uitgekomen.”

Een etmaal bikkelen later was de site een feit. Op de site kun je verschillende dingen doen, zoals het aanbieden van boodschappen doen en de hond uitlaten. En net als bij gewoonmense.nl ging het ook hier razendsnel. Direct op de eerste dag waren er al 366 aanmeldingen van studenten binnen, na een week waren dit er 800. “Had ik nooit verwacht. Ik dacht echt, als we er 100 hebben dan is het veel.”

Tjitske denkt wel te weten waarom er zo veel studenten op het platform afkwamen. “Ook in het begin hoorde je al wel dat studenten en jongeren een groep zijn die niet het hardst getroffen worden door zo’n coronavirus. Dus dat is ook een groep die iets kan doen op zo’n moment.”

Voor haar was het als studentambassadeur niet zozeer een kwestie van ‘tijd over hebben’, maar wel een gevoel van machteloosheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Wat kan ik doen, en wie zouden mij daarbij kunnen helpen?” Studenten zijn een groep die én gezond zijn én tijd hebben, dus die kun je daar nu mooi voor inzetten. “Het voelde ook bijna oneerlijk, dat er nu mensen zijn die bij wijze van spreken 80 uur per week zich keihard werken om deze crisis te helpen bestrijden dat het oneerlijk voelt bijna. Zij werken keihard en ik voel mezelf daarin heel nutteloos en ik wil óók iets doen om te helpen”, legt Tjitske uit. “Dat heb je in normale tijden natuurlijk niet, want dan doet iedereen zijn baan en iedereen houdt samen zo’n maatschappij draaiende. En nu wordt het contrast ineens heel groot. Ik denk dat juist daarom nu zo veel initiatieven van de grond komen. Je wilt iets bijdragen in deze enorme crisis.”

Maarsingh bevestigt dat vermoeden van Tjitske. “Hoe meer je de ander ziet, hoe meer die empathische reactie getriggerd wordt. De loopgraven in de Eerste Wereldoorlog waren er befaamd om dat die compassie heel vaak optrad. Dat is natuurlijk veel minder zo wanneer je met een geautomatiseerde bommenwerper een bom op een onzichtbaar iemand gooit. Dan heb je veel minder ‘last’ van die empathie. Maar die soldaten in de loopgraven worden opeens gewoon weer mensen waarvan je denkt: hè, dat hadden ook gewoon mijn vrienden kunnen zijn.” Een belangrijke reden dus dat zo veel mensen nu in actie komen tijdens de coronacrisis: door empathie met het lijden van hulpbehoevenden is men geneigd tot verbinding.

Waarom juist studenten

Volgens Maarsingh zijn er bovendien twee belangrijke redenen waarom het nu juist studenten zijn die opstaan in deze tijden van nood. Ten eerste is de weerstand in het brein tegen impulsen is bij mensen onder de 25 nog veel minder groot. Tot die leeftijd is je prefrontale cortex, die onder andere over impulsbeheersing gaat, namelijk nog in ontwikkeling en kun je je impulsen minder goed remmen. “Een bijverschijnsel daarvan is studenten dan ook het vaakst domme dingen doen. Op internet zie je genoeg filmpjes van mensen die onder treinen gaan liggen”, zegt Maarsingh. Maar we besmetten elkaar dus ook sneller met positieve emoties en acties. “Dat juist jongeren tot 25 actiever zijn in dit soort dingen en nu veel sneller in actie komen, vind ik dus eigenlijk heel logisch”, stelt hij. “Die gaan dat makkelijker aan zonder dat ze een rem krijgen.” Ten tweede zitten jongeren hormonaal op het toppunt van hun leven. “Ze hebben veel energie en hebben veel in te zetten. Dat, in combinatie met die mindere rem op impulsen, is de reden dat veel innovatie en creatiteit juist van jonge mensen komt. Die hebben het lef nog en denken: laat ik dit eens doen.”

Het opzetten van Student voor Stad heeft Tjitske zeker geprikkeld om ook als de crisis voorbij is door te gaan met zich inzetten voor anderen. ““Een van de eerste verzoeken ging over een man die 80 werd. Zijn schoonzoon stuurde ons dat zijn verjaardag niet door kon gaan. Konden wij misschien iets leuks organiseren?” vertelt Tjitske. “Die dag hebben 80 mensen hem gebeld, waaronder ikzelf. Je merkt gewoon dat dit iemands dag maakt en dat hij zich toch nog echt jarig voelt.” Het heeft haar aan het denken gezet. “Je realiseert je hoe weinig moeite het eigenlijk is om even een belletje te doen, een kaartje te sturen of een bosje bloemen voor je buurman mee te nemen. Daardoor zie ik ook wel hoezeer gewaardeerd wordt door mensen. En vraag ik me af: waarom doe ik dat normaal gesproken niet, of veel minder?”

De initiatieven lijken hun doel daarmee te hebben behaald. Amber hoopt dat het na de crisis een vanzelfsprekendheid wordt om elkaar te helpen. “Het is beter om terug te kijken op iets moois dan om het uit te melken”, vindt zij. “Dat we geen site nodig hebben maar weten: wow, in de coronatijd, toen was de wereld er echt voor elkaar. En als je dat gevoel bij je draagt, dan blijf je het ook daarna nog uitstralen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.