Het onzichtbare slavernijverleden van Groningen

Het slavernijverleden staat nu, in een tijd van wereldwijde racisme-protesten, weer ter discussie. Ook de stad Groningen heeft een aandeel in dit verleden. Er gaan stemmen op voor meer zichtbaarheid.

Aan één van de wanden in de Groningse Senaatszaal, gelegen in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen, prijkt het portret van Nicolaus Mulerius. Mulerius, aangesteld als hoogleraar Geneeskunde en Wiskunde aan de universiteit bij haar oprichting in 1614, is een figuur met een duistere geschiedenis. Hij was als bewindhebber van de Kamer Stad en Lande van de West-Indische Compagnie (WIC), een handelsverband in de 17e en 18e eeuw dat zich onder meer richtte op slavenhandel, nauw betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel. En hij was niet de enige.

Net als vele steden in Nederland heeft ook Groningen zwarte bladzijden in de geschiedenis als het over slavernij gaat. Het zijn verhalen over kapiteins van de WIC die slaven vervoerden, door slaven geproduceerde goederen die Groningen binnenkwamen en rijke Groningers die in koloniale plantages investeerden.

Lieuwe Jongsma, historicus en werkzaam bij de Groninger Archieven, deed onderzoek naar het Groningse slavernijverleden. Hij vertelt dat het Groningse stadsbestuur direct betrokken was bij de WIC: “Groningen had een kamer van de WIC, een soort franchisekantoor, aan de Munnekeholm. Ook werd er door zowel stads- als provinciebestuur in geïnvesteerd. Eveneens benoemden onder anderen zij bewindvoerders van de WIC.”

Slavenschip Leusden, een van de slavenschepen waarmee de WIC voer

Slavenhandelaren

Jongsma benadrukt dat daarnaast ook individuele Groningers nauw betrokken waren bij de WIC en haar slavenhandel. Zo waren er enkele WIC kapiteins die in grote huizen in Groningen woonden. Een daarvan was Thomas van Seeratt, die woonde in het statige Calmershuis aan de Boteringestraat. Hij is vooral bekend geworden als de man die na de rampzalige Kerstvloed van 1717 een grote dijk bouwde om Groningen te beschermen tegen het water. Hij was echter ook in dienst van de WIC als slavenhandelaar, waarmee hij goed geld verdiende en onder andere het grote Calmershuis kocht.

Bovendien, zegt Jongsma, investeerde de Groningse elite in verschillende plantages waar slaven te werk werden gesteld. Soms waren ze daar heel direct bij betrokken en bestuurden ze zelf plantages, maar vaak hadden ze simpelweg aandelen. Toen de slavernij officieel werd afgeschaft in 1863 kregen zij compensatie voor het verlies van de slaven op de plantages.

Jongsma benadrukt dat het moeilijk te zeggen is hoeveel Groningen verdiende aan haar betrokkenheid bij slavenhandel, maar dat er aan verdiend werd staat volgens hem vast. Het was ook een belangrijke manier voor de elite om te netwerken, zegt hij: “Eigenlijk alle mainstream elite was er bij betrokken. Het was een kwestie van prestige.”

Van dat slavernijverleden zijn nog overblijfselen in de stad te vinden. Van oude pakhuizen van de W.I.C., voormalige woonhuizen van plantage- en slavenhouders tot de havens waar vroeger schepen uitvoeren naar kolonies, soms met tussenstop in Afrika om slaven te halen. Gebruik de interactieve kaart hieronder en neem een tour langs enkele van die plekken.

Erkenning

Jongsma volgt de anti-racisme protesten op de voet. Die protesten gaan gepaard met veel kritiek op standbeelden en andere overblijfselen van het slavernijverleden: “Ik zou zelf graag zien dat de beelden gebruikt worden om te leren over de duistere kanten van de geschiedenis, maar ik begrijp goed dat het pijnlijk is om een beeld van een slavenhandelaar in je stad te hebben. In Groningen hebben we zulke beelden gelukkig niet, maar ik vind het wel belangrijk dat er meer aandacht komt voor de Groningse slavernijgeschiedenis.”

Wieke Paulusma, raadslid van D66 Groningen, pleit al langere tijd voor het zichtbaar maken van het slavernijverleden van de stad. “Veel Groningers weten er niet van,” legt Paulusma uit. Het aandeel van Groningen in de slavernij is dan ook nauwelijks terug te zien in het straatbeeld. Van belangrijke figuren in de Groningse geschiedenis die betrokken waren bij slavenhandel wordt dit vaak niet vermeld. “Op al onze historische panden hangen bordjes, maar negen van de tien keer is dit een incompleet verhaal.”

Het Groningse slavernijverleden zichtbaar maken, hoe moet dat worden aangepakt? Volgens Paulusma kan het onderwijs hier een belangrijke rol in spelen. “We kunnen de slavernijgeschiedenis toevoegen aan het bestaande aanbod, dan leren kinderen ook de andere kant van Groningen.” Ook zou Paulusma graag een monument in de stad neerzetten, bedacht en vormgegeven door de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap van Groningen.

Jongsma zou eveneens graag zien dat het slavernijverleden meer in het straatbeeld komt: “Bij een plek als het Calmershuis van Thomas van Seeratt kan je bijvoorbeeld op een plakkaat vermelden dat hij ook slavenhandelaar was. Of je kunt minder zichtbare monumenten door de stad heen creëren, zoals tegels die er aan herinneren en die mensen kunnen volgen om over de slavernij te leren. Zo zorg je ook voor erkenning. Dat is denk ik heel belangrijk.”

Voor nu blijft het portret van Nicolaus Mulerius hangen. Misschien wordt hij later voorzien van een volledige geschiedenis.

Door Thomas Vos en Sofie van Putten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.