De rechtspraak en corona: een zitting in je huiskamer

GRONINGEN – In verband met het coronavirus sloten rechtbanken op 17 maart hun deuren. Alleen urgente zaken gingen door en een groot deel van de zittingen verliep telefonisch of via een videoverbinding. Niet alle advocaten zijn daar blij mee.  

“Ik zit nu toevallig net in de auto terug naar kantoor en ik ben woest”, vertelt advocaat Inge Hidding aangedaan. De zitting had bij de cliënt thuis plaatsgevonden. Telefonisch. Hidding en twee behandelaars zaten bij haar cliënt, de rechtbank en de psychiater belden in. Wel of niet gedwongen worden opgenomen in een psychiatrische instelling, was wat er op het spel stond. Dat zo’n zaak telefonisch wordt behandeld, zonder beeld, vindt Hidding eigenlijk niet kunnen. “Mijn cliënt vindt het moeilijk om zich uit te drukken”, zegt Hidding. “Hij had echt zijn best gedaan om er netjes uit te zien. Dat maakte nu natuurlijk geen verschil, maar de indruk die iemand maakt kan normaal gesproken wel net het kwartje de andere kant op laten vallen”, zegt ze. “Het gaat wel om vrijheidsbeneming, dat is nogal wat.”

Zoals het coronavirus het horecaleven en het contact met ouderen heeft veranderd, zo heeft het ook invloed uitgeoefend op de rechtspraak. Op 17 maart sloten rechtbanken hun deuren. Zittingen werden geseponeerd of verliepen telefonisch of via een videoverbinding. Dat niet alle advocaten hier even blij mee zijn, blijkt wel uit de woorden van Hidding. Inmiddels zijn er weer steeds meer fysieke zittingen, maar dat geldt nog niet voor alle rechtsgebieden – zoals Psychiatrisch Patiëntenrecht.  

Ook Yvonne van der Pol, advocaat in Vries, doet onder andere Psychiatrisch Patiëntenrecht. Volgens haar is het vooral gek om nieuwe cliënten voor het eerst telefonisch ‘te ontmoeten’. “Dan leg ik uit wie ik ben en waar het over gaat – meestal gaat het over hoe een zorgplan wordt ingericht – en dan hoor je wel of die cliënt het wel of niet begrijpt”, vertelt Van der Pol. Toch vindt zij telefonische communicatie niet per se minder prettig dan via een videoverbinding. “Vaak is er bij een psychiatrisch patiënt sprake van een soort wantrouwen en daarom is het telefonisch soms zelfs makkelijker dan met beeld erbij.”

Bij strafzaken werkt de rechtbank ook met videoverbindingen, vertelt advocaat Theo Martens. Bij een voorgeleiding zit de advocaat bijvoorbeeld samen met zijn cliënt in “een klein hokje zonder schotten” met een beeldscherm in het cellencomplex van de rechtbank. “Laatst was ik bij zo’n voorgeleiding in Assen en toen riep de rechter steeds ‘Ik zie de raadsman niet!’”, vertelt hij lachend. “Toen moest ik opschuiven, zodat ik bijna bij mijn cliënt op schoot zat. Ik zei ‘kijk, hier ben ik’ en toen schoof ik weer terug.”

“De rechtbank in Groningen is wel wat meer ‘sophisticated’ dan die in Assen”, zegt Martens. “Daar heb je namelijk een draaibare camera. Als je dan gaat praten draait de bode met een afstandsbediening jouw kant op. Voor de rechter is dat prettiger, maar voor mij maakt het niet uit omdat ik toch alleen die ene rechter zie.    

Personen- en familierechtzaken -denk aan scheidingen en alimentatieregelingen – zijn nog grotendeels telefonisch. “Dat was wel bijzonder, want ik kreeg toen een brief met de vraag of ik ervoor wilde zorgen dat mijn cliënt bij mij zat. Omdat er anders teveel lijnen tegelijk gebruikt moesten worden”, zegt Martens. “Het risico op corona wordt dan dus eigenlijk op de advocaat geschoven.”

“Maar het is ook heel onprettig als je cliënt ergens anders zit te bellen dan jij”, vervolgt hij. “Dan heb je helemaal geen interactie, omdat je niet even non-verbaal kan communiceren of even naar een dossier kan wijzen dat naast je ligt.” Inmiddels staat er een ‘coronascherm’ in zijn kantoor aan huis in Assen. “Daar zit zo’n doorgeefluikje in. Daar leg ik dan de telefoon in en dan gaan we heel hard praten, zodat iedereen het goed verstaat.”

Bij vreemdelingenzaken, die bijvoorbeeld gaan over of iemand een verblijfsvergunning krijgt, gaat ook veel digitaal of telefonisch. Advocaat Henriëtte Meijerink geeft een voorbeeld. “Een cliënt van mij zit bijvoorbeeld in vreemdelingenbewaring in Rotterdam. Hij werd gehoord via ‘telehoren’, dus met een videoverbinding”, zegt Meijerink. “Hij zat dus in Rotterdam, samen met een tolk. Dat was wel rommelig soms, omdat die cliënt soms zelf ook nog wat wilde zeggen tussendoor.”Volgens Meijerink werkte dit niet direct ten nadele van de cliënt. “Dat valt gelukkig wel mee, want de rechter zorgt er dan voor dat hij de regie weer oppakt.”

Tot slot zijn er natuurlijk nog de ‘klassieke’, technische problemen. Van der Pol, de advocaat in Vries, weet er alles van. Halverwege het telefonische interview voor dit artikel valt ze opeens weg. Lachend neemt ze weer op. “Dit soort dingen gebeurt dus ook regelmatig tijdens zo’n zitting”, zegt ze. “Dan heb je net een heel verhaal gehouden en dan kom je er opeens achter dat er iemand is weggevallen.”

Door Donna de Weijer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.