“Wat ben je een lief klein negerinnetje”

Drie donkere inwoners van Groningen van verschillende leeftijden vertellen over hun racistische ervaringen in de stad.  

Iemand die aan je haar voelt in de kroeg, uitgescholden worden voor ‘lief klein negerinnetje’ en in het nauw worden gedreven door twee Nederlanders in een groene Jaguar die je vragen wat je hier doet. Voor sommigen is het de realiteit. 

De dood van George Floyd op 25 mei 2020 was de aanleiding tot wereldwijde protesten tegen racisme en politiegeweld. Ook inwoners van Groningen gingen de straat op om van zich te laten horen. Wat zijn de ervaringen van de donkere bevolking van Groningen? Hoe ervaren zij racisme in hun omgeving? Een studente van twintig, een moeder van bijna dertig en een docent van in de vijftig vertellen. 

Psychologiestudente Keziah (20) woont nu bijna twee jaar in Groningen. Toen de Keniaanse op 5 december over de Vismarkt liep wist ze niet wat ze zag. “Wat gebeurt hier? Wat is dit voor representatie? Ik was in shock, verward en boos. Mensen zeggen wel dat Zwarte Piet zwart is door het roet van de schoorsteen, maar waarom heeft hij dan zulke lippen en kroeshaar? Dat klopt gewoon niet.”

Keziah merkt vooral veel onwetendheid bij Nederlanders over zowel racistische woorden of opmerkingen als over andere culturen. “Op een feestje waar ik en mijn vriend de enige donkere mensen waren, kwam iemand op ons af die zei: “oh, hier zijn mijn niggervrienden.” Ik wilde gelijk naar huis. Het n-woord wordt namelijk sterk gelinkt aan het slavernijverleden van zwarte mensen. En mensen weten heel weinig van het continent Afrika, laat staan het land Kenia. Ik heb zo vaak de opmerking ‘wat spreek je goed Engels, ik hoor helemaal geen accent’. Nee, dûh, Engels is een van de officiële talen van Kenia. Natuurlijk spreek ik dus goed Engels. Of ze vinden het heel knap dat ik een studie doe, alsof er geen slimme mensen wonen in Kenia.”

Systematische en bewuste racisme is Keziah nog niet tegengekomen in Nederland. “Het zijn vooral kleine uitingen en onwetendheid wat ik net al zei. Mensen staan vaak niet stil bij wat ze zeggen of doen en dat dat best weleens racistisch zou kunnen zijn. Mensen grijpen soms bijvoorbeeld zomaar naar mijn haar. Ze zijn dan gefascineerd, maar bedenken niet dat het heel raar is om zomaar aan iemands haar te komen. Als mensen random aan je haar zitten is dat toch heel raar?”

Volgens Keziah zou het helpen als mensen meer kennis vergaren over andere culturen en landen. “Het zou goed zijn als Nederlanders meer open-minded zijn en meer open staan voor dialoog. En als je merkt dat iemand iets racistisch zegt: be brave en zeg er wat van!”

Sinds haar dertiende woont de Ethiopische Alem (29) al in Groningen. Racistische uitingen merkte ze vooral toen ze in de ouderenzorg werkte. “Sommige ouderen wilden absoluut niet geholpen worden door een ‘zwarte’. Mijn standaardreactie is dan maar: “Sorry meneer of mevrouw, maar alleen de zwarte is vandaag aan het werk.”

Ze lacht als ze terugdenkt aan de keer dat iemand een compliment probeerde te maken. “Wat ben je een lief klein negerinnetje”, had een oudere man tegen haar gezegd. “Wat? Ik was zo verrast dat ik begon te lachen, maar mijn collega werd woedend.”

“Ik moet zeggen dat ik nooit echt bij racisme stil stond, maar nu ik in oktober een dochtertje heb gekregen ben ik wel veel meer gaan nadenken over haar toekomst. Ik ben bijvoorbeeld bang dat ze zal worden buitengesloten omdat ze een ‘mixje’ is en ander haar en een andere kleur ogen heeft. Kinderen kunnen meedogenloos zijn. En ik ben bang voor het moment dat ze thuiskomt en vraagt wat een ‘halfbloedje’ is. Waarom moet zij dat überhaupt vragen? Waarom moet ik uitleggen dat ze er niet als haar klasgenootjes uitziet?”

“Buiten m’n werk valt het heel erg mee met racistische uitingen. Vrienden vloepen er soms wel wat ongelukkigs uit, maar ik weet dat ze er verder niets mee bedoelen. Wat ik wel altijd dom blijf vinden zijn die mensen die dan in een club aan je haar gaan voelen. Ben ik een schaap ofzo? En mensen hebben ook vaak wel vooroordelen. In winkels word ik vaak aangesproken in het Engels en als ze me Nederlands horen praten vinden ze dat ik goed Nederlands praat. Ja, ik woon hier ook al zestien jaar.” 

“Iets waar ik me achteraf nog wel boos over kan maken is als ik terugdenk aan de internationale schakelklas die ik toen ik in Nederland kwam gevolgd heb. Daar kreeg je dan Nederlands les en maatschappijleer en dat soort vakken en werd ook je opleidingsniveau bepaald, dus of je vmbo of bijvoorbeeld de havo kon gaan doen. Alle donkere mensen zijn naar het vmbo gestuurd, terwijl ik zeker weet dat een dommere Italiaan naar de havo mocht.”

Alexandre (52) heeft meer ervaringen met bewuste racistische uitingen. De docent Engels op het Gomarus College is geboren in Angola, maar woont al jaren in Nederland. “Op een ochtend kwam ik aanrijden in de auto en parkeerde ik voor de school. Ik had al gezien dat ik een paar straten lang gevolgd werd door een groene Jaguar. Toen ik parkeerde, parkeerde de sportwagen naast mij en Twee Nederlanders stapten snel uit om te verhinderen dat ik naar de school kon lopen. Ze vroegen me: “Wat doe je hier?” Ik antwoordde met: “Ik werk hier”. “Nee, nee, wat doe je hiér? Als je daar was gebleven, dan hadden wij dit gesprek niet.” Ze waren aan het stoken en ik denk echt dat ze de intentie hadden om met me op de vuist te gaan. Net op tijd kwamen collega’s en leerlingen die zagen wat er gebeurde dichterbij waarop de mannen in de auto stapten en wegreden.”

“Ik ben wel echt van die actie geschrokken. Ik voelde me echt niet welkom. Maar helaas gebeuren dit soort aanvaringen wel vaker. In winkels word ik altijd in de gaten gehouden. De ogen van het personeel zijn aan me vastgelijmd zodra ik de drempel van hun winkel overloop. Wat gaat hij pakken? Ik denk dat ik dat nog wel meer vernederend vind dan dat voorval wat ik net beschreef met die Jaguar. Ik was een keer in de Scapino en zoals gewoonlijk bleven de medewerkers me in de gaten houden. Ik kon niet echt vinden wat ik zocht, dus liep weer langs de kassa naar buiten. Dat bleek niet te kunnen en een medewerker stond erop dat ik mijn tas openmaakte en de inhoud liet zien. Ik weigerde en ze haalden de politie erbij. De agenten pakten vervolgens hardhandig m’n tas en leegden het in de winkel waar iedereen bij stond, personeel en klanten. Toen bleek dat alleen mijn lesboeken en toetsen van de leerlingen erin zaten werd het stil.”

“Hoewel er dus wat zieke mensen tussen zitten die racisme heel bewust uiten, zoals twee meisjes in Ureterp die vonden dat ze voorrang hadden, niet omdat ze van rechts kwamen, maar omdat ze blank waren, worden de meeste racistische uitingen onbewust gedaan en komen ze voort uit vooroordelen over donkere mensen. Onze buurvrouw was bijvoorbeeld erg verbaasd dat wij een hoekwoning konden veroorloven en dat ik als docent werkte op een middelbare school. Haar reactie: “goh, wat apart ja”. Soms beginnen mensen heel langzaam in het Nederlands tegen me te praten of veronderstellen ze dat ik het wel koud zal hebben hier in Nederland. Ik moet denken aan die keer dat de commissaris van de koning langskwam op de school waar ik werk. De man, meneer van den Berg, zat al in de personeelskamer te praten met mijn collega’s. Hij keek op toen ik binnenkwam en vroeg heel vriendelijk: “ah, u bent zeker de conciërge?” Mensen vinden het apart dat wij zwarte mensen dingen kunnen.”

Ik voel me zelf niet minderwaardig door deze voorvallen en reacties, maar m’n kinderen soms wel. Zij zijn in Nederland geboren, en toch vragen mensen steeds waar ze vandaan komen. En mede omdat mensen steeds weer vragen waar ik vandaan kom of me vertellen dat dit niet mijn land is, zal Nederland inderdaad nooit mijn land worden. 

Door Anniek Ypenga

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.